“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Reden voor maatregel. Het amendement Grinwis/Oosterhuis bij het Belastingplan 2026 verhoogt de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling naar 16 jaar in 2026 en 25 jaar in 2027. Eerste Kamerleden vroegen om een overgangsregeling, omdat het anders lastig of vrijwel onmogelijk is om te anticiperen op de nieuwe regels.
Keuzeregeling. U kunt er echter ook voor kiezen om de standaardbijtelling toe te passen in de overgangsregeling als die gunstiger is. Dit zal echter slechts gelden in zeer uitzonderlijke situaties. De overgangsregeling stopt per 1 januari 2027.
Voorbeeld. Uw onderneming heeft een auto uit 2010 die in juli 2025 15 jaar is geworden. Deze is ter beschikking gesteld aan dezelfde werknemer sinds begin 2025. Het gehele jaar 2026 kunt u de youngtimerregeling nog toepassen. Indien de berijder van de auto wisselt, dan vervalt echter de overgangsregeling. Zonder de overgangsregeling zou u vanaf 1 januari 2026 terug de reguliere bijtelling moeten toepassen en vanaf juli 2026 pas weer de youngtimerregeling.
Geen budgettair risico. De regeling heeft geen extra kosten voor de schatkist, want het volgt de geest van het amendement.
Oorspronkelijk doel voorbij. De regeling stimuleert het langer gebruiken van afgeschreven bedrijfsauto’s. In de praktijk rijden ondernemers en werknemers er luxe auto’s privé mee tegen een erg lage bijtelling.
Duurzaamheidsdoelen. Oudere auto’s zijn vaak minder zuinig en vervuilender. Dat past niet bij het klimaatbeleid dat schonere mobiliteit bevordert. De wetgever wil de fiscale prikkel voor zulke auto’s verminderen.
Voor dga’s. Ook als dga kunt u gebruikmaken van de overgangsregeling als u aan de voorwaarden voldoet.
Administratie op orde. Documenteer de gegevens met betrekking tot de auto’s per auto: datum eerste toelating, berijder, wel of geen privégebruik en de toepasselijke bijtelling. Indien er geen privégebruik is, zorg dan voor de vereiste bewijsstukken.
Software checken. Controleer of uw loonpakket of aangiftesoftware de bijtelling inclusief de overgangsregeling correct toepast.
Toekomstproof. Houd rekening met de gewijzigde regelgeving omtrent de auto van de zaak bij het leasen of aanschaffen van nieuwe auto’s.
Inventariseer uw auto’s die in 2025 15 jaar zijn geworden en check of ze in 2025 reeds aan dezelfde berijder ter beschikking werden gesteld. Bereken de bijtelling voor 2026: 35% over de economische waarde versus de reguliere bijtelling over de cataloguswaarde en kies de voordeligste optie per auto. Documenteer uw keuze voor een eventuele controle vanuit de Belastingdienst.
Reiskosten voor het regelmatig bezoeken van een zieke of invalide kunnen onder voorwaarden aftrekbare specifieke zorgkosten zijn bij uw aangifte inkomstenbelasting. De belangrijkste voorwaarden zijn:
u bezoekt de zieke regelmatig (bijvoorbeeld meerdere keren per week);
de zieke wordt langer dan een maand verpleegd vanwege ziekte of invaliditeit;
u voerde bij de start van de verpleging een gezamenlijke huishouding met de zieke (bijvoorbeeld samenwonend of gehuwd);
de enkele reisafstand tussen uw woning of verblijfplaats en de plaats van verpleging is meer dan 10 kilometer, gemeten langs de meest gebruikelijke weg.
Let op. Voldoet u niet aan één van deze voorwaarden, dan zijn de reiskosten voor ziekenbezoek niet aftrekbaar als specifieke zorgkosten.
In de wet staat dat de afstand wordt gemeten tussen uw woning of verblijfplaats en de plaats waar de verpleging plaatsvindt. ‘Verblijfplaats’ is toegevoegd om situaties te dekken waarin u tijdelijk ergens anders verblijft, maar bij het begin van de verpleging wel een gezamenlijke huishouding had met de zieke, bijvoorbeeld bij:
Geen werkadres. De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst () geeft nu expliciet aan dat een werkadres géén verblijfplaats is in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel i, Wet IB 2001. Dit betekent dat u voor de 10-kilometergrens altijd moet kijken naar uw woning of een echte verblijfplaats (zoals een tijdelijk logeeradres), maar niet naar uw werkadres.
Heen en weer vanuit het werk. Een belastingplichtige woont bij zijn ouders. Eén van de ouders is chronisch ziek en wordt thuis verzorgd. De belastingplichtige rijdt een paar keer per week tussen de middag van het werk naar huis om te helpen met de verzorging en daarna weer terug naar het werk. De afstand tussen werk en woning is 15 kilometer.
Geen aftrek reiskosten. In dit geval is er geen afstand tussen de woning en de plaats van verpleging, omdat de zieke ouder thuis wordt verpleegd. De afstand tussen werk en woning is fiscaal niet relevant voor de regeling reiskosten ziekenbezoek, omdat het werkadres niet als verblijfplaats telt.
Gevolg. Hoewel de belastingplichtige veel rijdt en daadwerkelijk mantelzorg verleent, zijn deze ritten niet aftrekbaar als reiskosten ziekenbezoek.
Check uw vertrekpunt. Bepaal altijd eerst: vanaf waar reist u naar de zieke?
Vertrekt u van uw woning naar het ziekenhuis of verpleeghuis, dan telt die afstand mee.
Verblijft u tijdelijk ergens anders (bijvoorbeeld bij familie of in een logeerhuis) en reist u van daaruit, dan kan dat tijdelijke adres uw verblijfplaats zijn.
Rijdt u tussendoor vanuit uw werk naar de zieke en weer terug, dan tellen deze kilometers niet voor de regeling reiskosten ziekenbezoek.
Bewijs bewaren. Houd voor de Belastingdienst een eenvoudig overzicht bij:
Maak een vaste notitie. Noteer in uw agenda of telefoon elke keer wanneer u naar de zieke gaat, vanaf welk adres u vertrekt en waar de zieke verblijft. Dit helpt u later bij het invullen van de aangifte.
Controleer de 10-kilometergrens. Kijk op bijvoorbeeld een routeplanner naar de meest gebruikelijke route en noteer de enkele reisafstand. Komt u uit op 10 kilometer of minder, dan vallen uw reiskosten buiten deze aftrekregeling.
Kijk ook naar andere zorgkosten. Misschien vallen uw reiskosten niet onder ziekenbezoek, maar heeft u wél andere specifieke zorgkosten, zoals medicijnen, hulpmiddelen of extra vervoerskosten bij ziekte of invaliditeit. Deze kosten kunnen soms wel aftrekbaar zijn, ook als reiskosten ziekenbezoek dat niet zijn.
Toekomstige situaties. Verandert de situatie, bijvoorbeeld omdat de zieke van thuiszorg naar een verpleeghuis gaat, kijk dan opnieuw naar:
Moet u regelmatig een zieke ouder, partner of kind bezoeken, bepaal dan altijd eerst waar uw woning of echte verblijfplaats is en waar de verpleging plaatsvindt. Bereken de enkele reisafstand tussen die twee adressen (meer dan 10 kilometer) en leg uw bezoeken en kilometers vast.
Uitspraak. De rechter oordeelt dat het ontslag ongeldig is en kende de werknemer de volgende vergoedingen toe:
In totaal heeft de werknemer recht op ruim € 12.000 plus rente. De werkgever is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten (€ 1.478).
Vijftien minuten telt als arbeidstijd. De rechtbank oordeelt dat die vijftien minuten op de werkplek werktijd zijn. De werknemer moet dan beschikbaar zijn en kan zijn tijd niet vrij besteden. De werkgever moet de werknemer hiervoor compenseren. De tien minuten daarvoor zijn echter geen werktijd en worden door de werkgever niet gecompenseerd. De werkgever kan dus niet verplichten om vijfentwintig minuten van tevoren in te klokken.
Tip. Leg in uw arbeidsvoorwaarden vast hoe u ploegoverdracht regelt en hoe u dit compenseert.
Fiets bespaart tijd. De werknemer fietste van poort naar werkplek, in plaats van te lopen. Daardoor haalde hij de vijftien minuten op voorhand aanwezig zijn wel. De werkgever had dit niet onderbouwd.
Tip. Noteer bij elke te laat melding de exacte tijd, reden en getuigen en bewaar dit in een dossier. Zonder hard bewijs van structureel te laat zijn op de werkplek, is er geen dringende reden aanwezig voor ontslag op staande voet.
Korte diensttijd. De werknemer was slechts anderhalve maand in dienst. Structureel gedrag moet goed gedocumenteerd zijn. Vier fouten in korte tijd rechtvaardigen geen onmiddellijk ontslag.
Check bij te laat komen direct uw tijdregistratie en dossier. Eis alleen realistische aanwezigheidstijden en compenseer overdrachtstijd. Bouw een waterdicht dossier op voordat u ontslaat op staande voet.
Zonder goede factuur is de aftrek al snel in gevaar. De bewijslast dat u recht heeft op aftrek ligt bij u, niet bij de Belastingdienst.
Recente uitspraak. Rechtbank Den Haag () bevestigt dit nog eens in een zaak waarin een BV jarenlang btw aftrekt op allerlei kosten, maar bij een boekenonderzoek de facturen niet (of niet volledig) kan overleggen. De rechtbank vindt dat de BV de aftrek niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de inspecteur de voorbelasting terecht corrigeert.
Let op. Zonder facturen is er geen bewijs van zakelijke uitgaven en geen bewijs van btw die u mag aftrekken.
Verhuur en verbouwing. De BV wil ook btw aftrekken op verbouwings- en huurkosten van een pand waar een demowinkel zou komen. Die winkel komt door geldgebrek niet van de grond. Het pand wordt uiteindelijk niet gebruikt voor met btw belaste activiteiten. De rechtbank oordeelt dat er geen recht op aftrek is, omdat het pand niet wordt ingezet voor met btw belaste prestaties en er ook niet gekozen kan worden voor btw-belaste verhuur.
Kunt u een factuur niet meer vinden? Vraag dan zo snel mogelijk om een kopie bij uw leverancier. Zonder factuur loopt u bij een controle het risico dat de Belastingdienst de aftrek schrapt.
Koppel kosten aan uw omzet. Houd bij grotere investeringen en bijzondere kosten bij:
Komt een project niet van de grond, zoals de geplande demowinkel in deze zaak, dan kan de Belastingdienst de aftrek van de btw op die kosten alsnog weigeren of terugvragen.
Check of u voor alle geclaimde voorbelasting echt beschikt over juiste facturen en of grote kostenposten aantoonbaar zakelijk Corrigeer fouten zelf tijdig in uw btw-aangifte, zodat u niet bij een boekenonderzoek met ontbrekende facturen, hoge naheffingen en een ongunstige bewijspositie wordt geconfronteerd.
Subsidie. Met de regeling Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks (AanZET) krijgt u een bijdrage als u een nieuwe volledig elektrische vrachtauto koopt of financial-leaset in de zwaardere voertuigcategorieën N2 (vanaf 10.000 kg) en N3.
Alleen emissieloos. Het gaat echt alleen om volledig uitstootvrije vrachtauto’s; hybride of diesel-vrachtauto’s tellen niet mee.
Let op. De regeling voor 2026 is gekoppeld aan de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De aanvraagperiode start op 27 januari 2026, maar zolang de begroting nog niet is goedgekeurd, behandelt RVO de aanvragen wel, maar mag er nog geen besluit of uitbetaling volgen.
Aanvraagperiode. U kunt AanZET aanvragen van 27 januari 2026, 09.00 uur tot en met 13 februari 2026, 12.00 uur (Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks (AanZET) | RVO.nl). U kunt nu al een conceptaanvraag klaarzetten, zodat u op de openingsdag alleen nog op “indienen” hoeft te klikken.
Aantal vrachtauto’s per dag. Per onderneming (of groep verbonden ondernemingen) gelden strikte daglimieten:
Let op. Dient u op één dag toch meerdere aanvragen in, dan telt alleen de eerst ingediende aanvraag; de rest schuift niet automatisch door naar een volgende dag.
Tweede ronde. In 2026 komt er een tweede openstelling van 29 september 2026, 09.00 uur tot en met 16 oktober 2026, 12.00 uur. Het budget voor die periode maakt RVO later bekend.
Percentage van de verkoopprijs. De subsidie is een percentage van de verkoopprijs van het emissieloze vrachtautochassis, inclusief af-fabrieksopties, exclusief opbouw en exclusief btw. Het percentage en het maximale bedrag hangen af van:
de grootte van uw onderneming (klein, middelgroot of groot).
Kleine onderneming. Voor een kleine onderneming (Mkb-verklaring | RVO.nl) of non-profitinstelling gelden in 2026 bijvoorbeeld de volgende maxima:
Praktische tip. Laat uw leverancier een offerte maken waarin de prijs van het chassis (inclusief af-fabrieksopties) duidelijk apart staat, zodat u direct kunt zien over welk bedrag de subsidie gaat.
Nieuwe vrachtauto. De vrachtauto moet nieuw zijn volgens het RDW-kentekenregister. Dat betekent dat:
allemaal gelijk zijn. Bij operational lease gaat het om de datum van registratie van het verstrekkingsvoorbehoud.
Maximaal één aanvraag per werkdag. U mag per werkdag één AanZET-aanvraag doen, binnen de genoemde maxima van het aantal vrachtauto’s.
Vier jaar op naam houden. De gesubsidieerde vrachtauto moet vier jaar achter elkaar op uw naam blijven staan (of met een verstrekkingsvoorbehoud op uw naam). RVO controleert dit via de RDW. Verkoopt u eerder, dan moet u dit melden en (een deel van) de subsidie terugbetalen.
Let op netcongestie. Door elektrificatie gaat u meer elektriciteit afnemen of zelf opwekken. RVO adviseert vooraf te controleren of in uw regio sprake is van een overbelast elektriciteitsnet en of er ruimte is voor extra aansluitcapaciteit.
Zorg op tijd voor eHerkenning niveau 2+ met de juiste machtiging.
Indienen. Na het online indienen krijgt u per e-mail een ontvangstbevestiging met een zaaknummer (AANZET2026-xxxxxxx). Aanvragen worden per dag op volgorde van binnenkomst behandeld.
Loting bij overtekening. Raakt het budget op een dag op en zijn er meer volledige aanvragen dan budget, dan bepaalt RVO via loting de volgorde. De uitslag van de loting krijgt u per e-mail en daarna volgt pas de inhoudelijke beoordeling.
Besluit en voorschot. Zodra de begroting 2026 is goedgekeurd, streeft RVO ernaar binnen dertien weken een besluit te nemen. Bij een positieve beslissing ontvangt u een verleningsbeschikking en in de regel binnen twee weken een voorschot van 70% van het subsidiebedrag.
Vaststelling. U vraagt uiterlijk twaalf maanden na de verleningsbeschikking de subsidievaststelling aan. U geeft dan het kenteken door en stuurt de gespecificeerde betalingsfactuur mee.
Oriënteert u zich op een elektrische vrachtauto, maak dan nu een concreet investeringsplan: check uw netaansluiting en laadinfrastructuur, laat uw dealer de juiste prijsopbouw op de offerte zetten, regel eHerkenning niveau 2+ en zet vóór 27 januari 2026 uw conceptaanvraag klaar zodat u op de openingsdag uw subsidieaanvraag direct en volledig kunt indienen.
Alles voor financiële controle. Uw administratie moet een volledig beeld geven van uw inkomsten, uitgaven en omzet. Denk aan inkoop- en verkoopfacturen, kassabonnen, bankafschriften, loonstroken en contracten.
Ook digitaal telt mee. U mag alles op papier of digitaal bewaren. Belangrijk is dat de Belastingdienst de gegevens binnen redelijke tijd kan controleren. Bewaar facturen daarom in het originele formaat, bijvoorbeeld als pdf of scan.
E-mails niet vergeten. Zakelijke correspondentie, zoals offertes, orderbevestigingen en e-mailafspraken, hoort er ook bij. Maak mappen aan per jaar of klant om het overzichtelijk te houden.
Standaard zeven jaar. De meeste administratieve gegevens moet u zeven jaar bewaren. Dit geldt vanaf het moment dat de informatie niet meer actueel is.
Voorbeelden. Bij een leasecontract van vier jaar begint de zevenjarige bewaarplicht pas ná afloop van die vier jaar. Facturen uit 2019 mag u pas na 2026 vernietigen.
Basisgegevens altijd zeven jaar. Denk aan:
loonadministratie en belastingaangiften.
Tien jaar voor vastgoed. Gegevens over onroerende zaken, zoals aankoop, verbouwing of verkoop van een bedrijfspand, moet u tien jaar bewaren. Dit komt door de btw-herzieningstermijn.
EU-handel ook tien jaar. Doet u zaken binnen de EU, zoals grensoverschrijdende leveringen of diensten? Dan geldt voor de btw-administratie een bewaartermijn van tien jaar.
Pensioen en leningen. Voor documenten over pensioenen, langlopende leningen of verplichtingen geldt bij voorkeur ook tien jaar. Die kunnen later nog nodig zijn bij geschillen of controles.
Bewaarplicht blijft. Zelfs als u uw bedrijf beëindigt, geldt de bewaarplicht nog zeven of tien jaar. Draag uw administratie dan over aan een boekhouder of bewaar alles digitaal toegankelijk.
Kortere termijnen mogelijk. Met de Belastingdienst kunt u soms afspreken over kortere bewaartermijnen voor niet-basisgegevens. Leg dit altijd schriftelijk vast.
Praktische tip. Maak per jaar een map of digitale map met alle relevante stukken. Zo ziet u direct wat u mag vernietigen en voorkomt u rommel in uw archief.
Korter bewaren bij AVG. Persoonsgegevens, zoals klantcontacten of personeelsinformatie, vallen onder de AVG. U mag die alleen bewaren zolang nodig voor uw doel, zoals garantie of facturatie.
Sollicitaties vier weken. Sollicitatiebrieven bewaart u maximaal vier weken, tenzij de kandidaat langer toestemming geeft (maximaal één jaar).
Camerabeelden vier weken. Beveiligingsbeelden mag u meestal vier weken bewaren, tenzij er een incident speelt.
controleer jaarlijks of oude bestanden nog leesbaar zijn met uw software.
Bij controle voorbereid. De Belastingdienst mag onaangekondigd langskomen. Zorg dat u binnen een dag alles kunt laten zien, digitaal of geprint.
Vernietigen na termijn. Na zeven of tien jaar mag u alles wegdoen. Check wel eerst of er geen lopende controles zijn.
Stel een simpel bewaarbeleid op: bundel per jaar uw facturen, contracten en bonnetjes in mappen of digitaal, plan automatische back-ups in en markeer kalenderdata wanneer u iets mag vernietigen, zodat u bij een controle direct alles paraat heeft.
Alleen rente, geen aflossing. Bij een aflossingsvrije hypotheek betaalt de huiseigenaar elke maand alleen rente. De hypotheekschuld blijft gelijk gedurende de looptijd, meestal 30 jaar. Aan het eind moet de lening in één keer worden afgelost.
Boetevrij aflossen. De huiseigenaar kan tussentijds boetevrij aflossen, vaak tot 10% per jaar.
Maximumbedrag. Nieuwe aflossingsvrije hypotheken mogen maximaal 50% van de woningwaarde zijn. Rabobank verlaagt dit vanaf mei 2026 naar 30%, met een plafond van € 150.000.
Lagere maandlasten. Dit trekt vermogende kopers en senioren. Maar banken en de ECB zien risico’s door de hoge totale schuld van € honderden miljarden in Nederland.
Druk van ECB en IMF. Internationale instanties dringen aan op minder aflossingsvrij lenen. Banken passen hun beleid aan: hogere rente op aflossingsvrije hypotheken en strengere toetsing op inkomen en woningwaarde.
Controle. Bij verlengen of oversluiten controleren banken uw cliënt strenger. Is de hypotheek boven 50% van de marktwaarde? Dan moet het meerdere deel verplicht worden afgelost, bijvoorbeeld via annuïteit of lineair.
Einddatum staat vast. De meeste aflossingsvrije hypotheken eindigen na 30 jaar. Kortere termijnen komen ook voor. Huiseigenaren krijgen 6 tot 12 maanden van tevoren hierover bericht van de bank. Bij afloop toetst de bank het inkomen (nu en pensioen), de woningwaarde en de loan-to-value (de verhouding tussen de hoogte van de lening en de waarde van de woning). Voldoet de huiseigenaar niet aan de gestelde eisen, dan moet hij de hypotheek aflossen met spaargeld, beleggingen of oversluiten naar aflossende vorm.
Vervroegd verlengen mogelijk. Als er nog 10 jaar of minder looptijd rest, kan bij veel banken de hypotheek worden verlengd. Dit is ideaal aan het eind van de rentevaste periode, maar bij een NHG-hypotheek vervalt dan de garantie.
Tip. Bereken voor uw cliënt de loan-to-value ratio. Vraag de recente WOZ-beschikking op en schat de marktwaarde realistisch in.
omzetting naar een annuïteiten- of lineaire hypotheek.
Oversluiten naar een andere bank loont soms door lagere rentecijfers. Maar boeterente bij vroegtijdig aflossen en toetsing op huidige normen spelen hierbij ook mee.
Renteaftrek vervalt. Na 30 jaar bestaat er geen recht meer op hypotheekrenteaftrek. Is de hypotheek afgesloten vóór 2001, dan is de rente nog tot 2031 aftrekbaar. Is de hypotheek later afgesloten, dan heeft men vanaf dat moment recht op 30 jaar renteaftrek.
Tip. Maak een overzicht voor uw cliënt: huidige rente, nieuwe rente bij annuïteit, maandlastenverschil en fiscale impact.
Lage lasten voor senioren. Voor cliënten met pensioen en spaargeld blijft een aflossingsvrije hypotheek interessant. De maandlasten zijn laag en de flexibiliteit is hoog.
Verlengingszekerheid. Banken verlengen vaak bij goede ratio en inkomen. Maar anticipeer op de internationale druk: de regels voor aflossingsvrije hypotheken worden aangescherpt.
Let op. Aflossingsvrij is geen zorgplicht voor banken. Uw cliënt moet zelf een plan B hebben voor einddatum.
Informeer cliënten met een aflossingsvrije hypotheek altijd over de einddatum, de loan-to-value en het pensioeninkomen. Reken alternatieven door en adviseer vervroegd verlengen van de hypotheek bij 10 jaar restlooptijd. Zo voorkomt u verrassingen bij verkoop of aflossing.
Bovenwettelijke vakantiedagen. Alles wat boven dat wettelijke minimum komt – bijvoorbeeld omdat u in de arbeidsovereenkomst of cao extra dagen heeft afgesproken – noemen we bovenwettelijke vakantiedagen.
Andere regels. U moet dit onderscheid goed bijhouden, want voor wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen gelden andere regels voor verval en verjaring.
Verjaring bovenwettelijke dagen. Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren pas na vijf jaar vanaf het einde van het jaar waarin ze zijn opgebouwd. Bijvoorbeeld bovenwettelijke dagen opgebouwd in 2025 verjaren op 1 januari 2031.
Uitzondering bij ziekte of onmogelijkheid. Als een werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om vakantiedagen op te nemen – bijvoorbeeld door langdurige ziekte –vervallen de wettelijke vakantiedagen niet na zes maanden. In dat geval geldt een verjaringstermijn van vijf jaar.
Actieve herinnering. Een enkele e-mail is vaak niet voldoende. Het is verstandig om bijvoorbeeld:
Administratie. Een goede administratie helpt u ook om te onderbouwen wat er is afgesproken over boventallige vakantiedagen en wanneer precies sprake is van verval of verjaring.
Jaarlijks opnemen. Werknemers moeten ieder jaar de kans krijgen om in ieder geval het wettelijke minimumaantal vakantiedagen op te nemen. U mag daar geen bezwaar tegen maken zonder zwaarwegende reden.
Opnemen bij ziekte. Ook als een werknemer ziek is, loopt de opbouw van vakantiedagen doorgaans door. Wilt u dat een zieke werknemer vakantiedagen opneemt, dan moet u daarvoor toestemming vragen.
Bij einde dienstverband. Wettelijke vakantiedagen die bij het einde van het dienstverband nog niet zijn opgenomen, worden uitbetaald. Boventallige vakantiedagen mogen worden afgekocht als daar een afspraak over is gemaakt, maar u bent daartoe niet verplicht.
Gebruik een goed systeem. Houd vakantiedagen bij in uw HR- of salarissysteem waarbij u onderscheid maakt tussen wettelijke en bovenwettelijke dagen. Zo ziet u in één oogopslag wat wanneer vervalt of verjaart.
Plan tijdig herinneringen. Stel automatische herinneringen in, zodat werknemers hun deadline voor opname van de vakantiedagen niet missen. Communicatie voorkomt onnodige kosten achteraf.
Benoem vervaldata in salarisstroken. Stuur medewerkers periodiek een overzicht van het vakantiesaldo met de vervaldata erbij. Dat helpt hen hun dagen tijdig op te nemen.
Wees flexibel waar mogelijk. Aangezien vakantie bedoeld is voor herstel en welzijn, stimuleer opname door planning te faciliteren en knelpunten in de personeelsbezetting slim aan te pakken (bijv. via teamplanning).
Controleer en administreer de vakantiedagen van uw werknemers minstens jaarlijks, informeer uw werknemers tijdig schriftelijk over vervaldata en zorg dat zij voldoende gelegenheid hebben om hun wettelijke vakantiedagen op te nemen. Duidelijke afspraken en communicatie voorkomen verrassingen en kosten achteraf.
Risico. Als deze uitzondering ten onrechte wordt toegepast, dan kan dat ertoe leiden dat huurders – met name arbeidsmigranten, expats en studenten – geen huurbescherming en huurprijsbescherming genieten terwijl zij feitelijk voor langere tijd wonen.
Waarom 30 dagen? Deze termijn maakt het voor iedereen duidelijk dat sprake is van echt kort verblijf (zoals vakantieverhuur) en niet van regulier wonen. Contracten langer dan 30 dagen vallen dan onder de reguliere huurwetgeving met huurbescherming en huurprijsbescherming.
Praktische tip. Vermeld in uw contracten de duidelijke einddatum en doel van verhuur (bijv. logies of toeristische verblijfsfunctie). Leg vast dat dit geen reguliere woonruimte betreft.
Langer verblijf = huurbescherming en huurprijsbescherming. Verblijft een huurder nadat dit voorstel van de minister is aangenomen langer dan 30 dagen in de woonruimte, dan krijgt deze huurder waarschijnlijk huurbescherming volgens Boek 7 BW en, mits van toepassing, huurprijsbescherming (WWS). Dit betekent:
Praktische tip. Als u woningen verhuurt voor langere periodes, werk dan altijd met heldere documentatie over de functie van het object (woonruimte vs. logies) en zorg dat de juiste huuronderbouwing is opgenomen in de overeenkomst. Dit voorkomt discussies met huurders en handhavende instanties.
Handhaving door gemeenten. De minister wil gemeenten meer mogelijkheden geven om onjuist gebruik van contracten ‘naar aard van korte duur’ te handhaven, bijvoorbeeld via boetes of last onder dwangsom.
Risico in de praktijk. Als u contracten aanbiedt die feitelijk reguliere bewoning zijn, maar u labelt deze als short stay om huurbescherming te omzeilen, loopt u het risico op boetes en reputatieschade.
De minister stelt aan de wettelijke uitzondering voor huurcontracten “naar aard van korte duur” een termijn van maximaal 30 dagen te koppelen. Zorg dat u bij verhuurcontracten voor woonruimte goed onderscheid maakt tussen echte short stay-verhuur en langere verblijven waarbij huurbescherming en huurprijsbescherming van toepassing zijn.
Toepassing 30%-regeling. De werkgever besloot de huisvestingsvergoeding te stoppen nadat hij de 30%-regeling wilde toepassen. Volgens de werkgever hoefde de huisvestingsvergoeding dan niet meer te worden uitbetaald. De rechter oordeelde echter anders. De rechter zag immers geen koppeling aan de fiscale regeling en oordeelde dat de werknemer recht bleef houden op de huisvestingsvergoeding.
Tip. Documenteer zulke afspraken expliciet om discussie achteraf te voorkomen.
Structureel betalen. Als u dit structureel betaalt, kan dit onderdeel worden van de arbeidsvoorwaardelijke basis waarop de werknemer recht heeft.
Vergoeding. De rechter kende een vergoeding van € 3.180,67 bruto per maand toe vanaf 1 maart 2025 (einde huurcontract) tot einde dienstverband.
Overleg. Wijzig arbeidsvoorwaarden bij voorkeur in overleg met uw werknemers. Voordat u een vergoeding aanpast, is een schriftelijke vastlegging van instemming door uw werknemers cruciaal. Verschaf hierbij duidelijke informatie aan uw werknemers, zodat zij goed op de hoogte zijn van de (financiële) gevolgen.
Belangen afwegen. Indien u arbeidsvoorwaarden wilt wijzigen om bedrijfseconomische redenen, documenteer dan goed waarom u dat wilt doen en toon aan wat de gevolgen zijn voor uw werknemers. Enkel het vermelden van hogere kosten is meestal niet voldoende om een beëindiging eenzijdig door te zetten.
Zorg dat alle arbeidsvoorwaarden – ook aanvullende vergoedingen, zoals huisvestingskosten – duidelijk en schriftelijk zijn vastgelegd. Wijzig deze alleen na instemming van de werknemer en met goede documentatie van de belangenafweging. Zo voorkomt u juridische claims dat een vergoeding onterecht eenzijdig is stopgezet.