“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Bedrijf overdragen? Gebruik de checklist!

Vooroverleg bij een bedrijfsovername. Vooroverleg is overleg met de Belastingdienst voordat u een beslissing neemt of een transactie uitvoert. U vraagt dan vooraf zekerheid over hoe de Belastingdienst een bepaalde situatie fiscaal beoordeelt. Een bedrijfsovername heeft grote fiscale gevolgen, zowel voor u als overdrager als voor uw opvolger. Door vooraf helderheid te krijgen over de fiscale consequenties, voorkomt u verrassingen achteraf en die kunnen bij een overdracht flink in de papieren lopen.

Checklist. De Belastingdienst werkt met een vaste checklist om verzoeken voor vooroverleg te beoordelen. Die checklist is nu geactualiseerd en geldt voor verzoeken in het kader van de doorschuifregeling en de bedrijfsopvolgingsregeling. U kunt de checklist downloaden via: Checklist_verzoeken_bedrijfsopvolging_def..docx

De twee belangrijkste regelingen

Bij een bedrijfsovername zijn er twee fiscale regelingen die u mogelijk veel belasting besparen.

  • De doorschuifregeling (AB-regeling) is bedoeld voor ondernemers met een aanmerkelijk belang, dat wil zeggen: u heeft 5% of meer van de aandelen in een BV. Normaal gesproken betaalt u bij overdracht van uw aandelen in box 2 inkomstenbelasting over de winst die u maakt (de zogenoemde ‘aanmerkelijkbelangheffing’). Met de doorschuifregeling kunt u die belastingclaim in bepaalde gevallen ‘doorschuiven’ naar de opvolger. De belasting wordt dan pas later betaald.
  • De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) geldt voor schenkingen en erfenissen van ondernemingsvermogen. Als u uw bedrijf schenkt of nalaat aan een opvolger, is er onder voorwaarden een ruime vrijstelling van schenk- of erfbelasting. Dit maakt de BOR een van de meest aantrekkelijke regelingen voor ondernemers die hun bedrijf binnen de familie willen overdragen.

Let op. Beide regelingen kennen strikte voorwaarden. Het is dan ook verstandig om vooraf zekerheid te vragen aan de Belastingdienst via het vooroverleg.

Belang checklist

De Belastingdienst heeft de checklist opgesteld om verzoeken voor vooroverleg zo soepel en snel mogelijk te kunnen behandelen. Als u alle gevraagde informatie gestructureerd aanlevert, kan de Belastingdienst uw verzoek sneller en nauwkeuriger beoordelen. Ontbreekt er informatie, dan loopt de behandeling vertraging op en dat kan in een overnameproces voor onnodige stress zorgen.

Welke informatie? De checklist bevat een overzicht van de minimale informatie die u bij een verzoek moet aanleveren. Denk aan:

  • gegevens over de onderneming en de overdrager;
  • gegevens over de opvolger en zijn betrokkenheid bij de onderneming;
  • informatie over de structuur van de overdracht (schenking, verkoop, vererving);
  • relevante overeenkomsten en waarderingen.

Niet alleen voor adviseurs. Hoewel de checklist in de eerste plaats bedoeld is voor fiscaal adviseurs die namens u een verzoek indienen, is het ook voor u als ondernemer zinvol om de checklist door te nemen. Zo kunt u tijdig de benodigde documenten verzamelen.

Wanneer vraagt u vooroverleg aan?

Vooroverleg vraagt u aan vóórdat de overdracht plaatsvindt. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk wordt dit nogal eens vergeten of uitgesteld. En dat is zonde, want achteraf zekerheid vragen heeft geen zin meer.

Voldoende tijd nemen. Houd er rekening mee dat vooroverleg tijd kost. De Belastingdienst heeft een streeftermijn van acht weken voor de behandeling van een verzoek, maar in de praktijk kan dit langer duren, zeker als het verzoek complex is of als er informatie ontbreekt. Begin dus op tijd.

Goede voorbereiding. Hoe beter uw verzoek is onderbouwd en hoe completer de aangeleverde informatie, hoe soepeler het traject verloopt. De geactualiseerde checklist helpt u daarbij.

Praktische tips bij een bedrijfsovername

Hieronder een aantal concrete aandachtspunten als u uw bedrijf wilt overdragen:

  • Begin vroeg. Een goede bedrijfsovername kost een aantal jaren voorbereiding. Fiscale regelingen kennen voorwaarden, zoals een minimale periode dat de opvolger al in de onderneming werkzaam is.
  • Laat de onderneming waarderen. Voor de doorschuifregeling en de BOR is een zakelijke waardering van de onderneming noodzakelijk.
  • Controleer of u aan de voorwaarden voldoet. Zowel de doorschuifregeling als de BOR kennen strenge eisen. Ga dit ruim vóór de overdracht na.
  • Leg alles schriftelijk vast. Zorg dat afspraken over de overdracht goed gedocumenteerd zijn, want de Belastingdienst vraagt deze documenten op bij de beoordeling.

Wilt u uw bedrijf overdragen en gebruikmaken van de doorschuifregeling of de bedrijfsopvolgingsregeling? Begin dan op tijd met de voorbereiding en download de geactualiseerde checklist van de Belastingdienst. Zo zorgt u dat uw verzoek voor vooroverleg compleet is en vlot wordt behandeld.

Wie krijgt de hond na een relatiebreuk?

Kern van het conflict. Na het einde van een relatie bleef de hond bij één van beide partners. De andere partner stapte in kort geding naar Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2025:9674) en wilde dat de hond aan hem werd afgegeven.

Uitkomst in het kort. De rechtbank wees de vordering tot afgifte op basis van “ik ben de enige eigenaar” af, omdat dit niet genoeg aannemelijk was. Maar de rechtbank wees wel de vordering toe om een gemaakte afspraak na te komen dat de hond zou worden afgegeven. Daarnaast stelde de rechtbank een beheersregeling vast (een praktische omgangsregeling), maar zonder de gevraagde dwangsom.

Les 1: “Van wie is de hond?” is vooral een bewijs-vraag

Eigendom. Bij een hond kijken rechters in dit soort spoedzaken vaak heel praktisch: wie kan met stukken aannemelijk maken dat de hond van hem is? In deze zaak lukte het bewijs van “enige eigendom” niet overtuigend genoeg.

Tip. Verzamel en bewaar bewijs alsof het om een waardevolle aankoop gaat. Denk aan:

  • aankoopbon/koopcontract op uw naam;
  • bankafschrift van de betaling;
  • chipregistratie en registratie bij de dierenarts op uw naam;
  • verzekering (dierenverzekering) op uw naam;
  • facturen van dierenarts, voer, training en trimsalon (liefst betaald vanaf uw rekening).

Praktijkvoorbeeld. Betaalt u alle kosten, maar staat de chipregistratie op naam van uw ex-partner? Dan kunt u alsnog discussie krijgen. Zorg dat ‘papier’ en ‘praktijk’ dezelfde kant op wijzen.

Les 2: Een WhatsApp-afspraak kan u redden (of breken)

Afspraken tellen mee. In deze zaak woog de onderlinge correspondentie mee over de afspraak dat de hond zou worden afgegeven. Daardoor werd nakoming van die afspraak toegewezen, ook al was het bewijs van “enige eigendom” niet rond.

Tip. Maak afspraken altijd meteen concreet en bevestig ze schriftelijk, al is het maar per WhatsApp of e-mail. Zet er in ieder geval in:

  • wat u afspreekt (afgifte of omgang);
  • wanneer (datum/tijd);
  • waar (ophaallocatie);
  • wie haalt/brengt;
  • wat als het niet lukt (bijv. alternatief moment binnen zeven dagen).

Let op. Houd de toon netjes. In een procedure kunnen berichten letterlijk worden overgelegd.

Les 3: Denk aan een beheersregeling

Beheersregeling. De rechtbank stelde in deze zaak een beheersregeling vast: de hond gaat bijvoorbeeld eens per twee weken van vrijdag tot maandag naar de ander (zoals in de vorderingen is beschreven). Dat is vaak realistischer dan een harde ‘afgifte voor altijd’, zeker als beide partijen een band met het dier hebben.

Tip. Als u er samen uit wilt komen, werk dan met een simpele ‘hondenregeling’ met deze onderdelen:

  • vaste wisselmomenten (dag/tijd);
  • wie regelt vervoer;
  • verdeling van kosten (voer/dierenarts/vaccinaties);
  • wie beslist bij spoed (en hoe u elkaar informeert);
  • wat u doet bij vakanties/werkdrukte;
  • een evaluatiemoment na drie maanden.

Les 4: Dwangsom is niet vanzelfsprekend

Dwangsom. In deze zaak werd de verzochte dwangsom bij de regeling afgewezen. Dat is een signaal: een rechter wil soms wel regelen hoe het praktisch moet, maar niet meteen met zware financiële druk sturen.

Tip. Reken er dus niet op dat de rechter het wel oplost met een dwangsom. Zorg liever dat u zelf uw bewijs en afspraken op orde heeft.

Checklist

Vooraf regelen. Als u een hond samen koopt: zet op papier wie eigenaar is en wat u afspreekt bij uit elkaar gaan. Dat kan heel simpel, één A4’tje met handtekeningen.

Tijdens de relatie bijhouden. Zet administratie slim op: betaal vaste kosten vanaf één rekening en bewaar facturen in één map.

Bij een relatiebreuk direct doen. Maak binnen zeven dagen een korte afspraak over: verblijf, wisselmomenten en kosten. Bevestig dit schriftelijk.

Escalatie voorkomen. Lukt het niet? Kies eerst voor bemiddeling/mediation. Een kort geding is snel, maar kost geld, energie en onzekerheid.

Leg eigendom en omgang van uw hond vast zodra u samen koopt of zodra er spanning binnen uw relatie ontstaat. Bewaar bonnen, registraties en betalingen en bevestig afspraken direct schriftelijk (ook via WhatsApp). Daarmee voorkomt u dat een relatiebreuk ook nog uitloopt op een dure strijd om uw hond.

Uitglijden op het werk: bent u aansprakelijk?

Zorgplicht van de werkgever

Veilige werkplek. Een werkgever moet zorgen voor een veilige werkplek. Toch betekent dat niet dat u aansprakelijk bent voor ieder ongeval dat tijdens het werk gebeurt.

Uitgangspunt. Als een werknemer tijdens zijn werkzaamheden schade oploopt, is de werkgever in beginsel aansprakelijk. U bent dat echter niet als u kunt aantonen dat u aan uw zorgplicht heeft voldaan. De rechter beoordeelt daarbij welke veiligheidsmaatregelen u heeft genomen en of deze redelijk zijn gelet op de werkzaamheden.

De zaak. In de uitspraak van Rechtbank Limburg van 27 mei 2026 (ECLI:NL:RBLIM:2026:5119) kwam deze vraag aan de orde. Een werknemer gleed tijdens het dweilen uit in de keuken van een frituur. Daarbij scheurde hij opnieuw een pees in een knie die eerder al was geopereerd. De werknemer stelde de werkgever aansprakelijk voor zijn schade.

Arbeidsongeval. De werkgever voerde aan dat de werknemer als chauffeur in dienst was en dat schoonmaakwerkzaamheden niet tot zijn functie behoorden. De rechtbank volgde dat standpunt niet. De werknemer verrichtte naast het bezorgen ook andere werkzaamheden in de frituur. Daardoor vond het ongeval plaats tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden en was sprake van een arbeidsongeval. Dat een bepaalde taak niet letterlijk in een arbeidsovereenkomst staat, betekent dus niet dat deze geen onderdeel van het werk kan zijn. De dagelijkse praktijk is daarbij minstens zo belangrijk.

Waarom was de werkgever niet aansprakelijk?

Veiligheidsmaatregelen. Hoewel sprake was van een arbeidsongeval, wees de rechtbank de schadeclaim af. De werkgever had namelijk voldoende gedaan om uitglijden te voorkomen. Zo was de vloer bij de frituur voorzien van antisliptegels. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat een natte vloer een algemeen bekend risico is. Iedereen weet dat een vloer glad kan zijn als deze wordt gedweild. Volgens de rechter behoort dit tot de zogenoemde “huis-, tuin- en keukengevaren”. Voor zulke alledaagse gevaren hoeft een werkgever werknemers niet steeds opnieuw te waarschuwen.

Geen garantie. De rechtbank benadrukte dat de zorgplicht van een werkgever geen absolute garantie biedt dat werknemers nooit een ongeval overkomt. Ook van werknemers mag worden verwacht dat zij opletten bij werkzaamheden waarvan de risico’s voor iedereen duidelijk zijn.

Wanneer bent u wel aansprakelijk?

Risico’s. Deze uitspraak betekent niet dat u bij een uitglijpartij nooit aansprakelijk bent. Iedere situatie wordt afzonderlijk beoordeeld. De kans op aansprakelijkheid is groter als blijkt dat u onvoldoende maatregelen heeft genomen om bekende risico’s te beperken.

Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin:

  • vloeren langdurig glad blijven zonder dat deze worden schoongemaakt of afgezet;
  • bekende gevaarlijke situaties niet worden opgelost;
  • werknemers geen geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen krijgen als die nodig zijn;
  • duidelijke veiligheidsinstructies ontbreken bij werkzaamheden met een verhoogd risico;
  • onvoldoende toezicht wordt gehouden op het naleven van veiligheidsvoorschriften.

In zulke gevallen kan de rechter oordelen dat u uw zorgplicht heeft geschonden en alsnog aansprakelijk bent voor de schade.

Zo beperkt u uw risico

Voorkomen. Veel ongevallen zijn te voorkomen met eenvoudige maatregelen. Bovendien staat u juridisch sterker als u kunt laten zien dat veiligheid structureel aandacht krijgt.

Denk daarbij aan de volgende acties:

  • zorg dat vloeren direct worden schoongemaakt als er wordt gemorst;
  • gebruik waar nodig antislipvloeren of antislipmatten;
  • geef werknemers duidelijke instructies over veilig werken;
  • bespreek veiligheid regelmatig tijdens werkoverleggen;
  • controleer of veiligheidsvoorzieningen goed worden gebruikt.

Functieomschrijving. Leg daarnaast duidelijk vast welke werkzaamheden werknemers uitvoeren. In deze zaak was geen schriftelijke arbeidsovereenkomst aanwezig. Daardoor ontstond discussie over de vraag of schoonmaakwerkzaamheden wel tot de functie behoorden. Een heldere functieomschrijving voorkomt dit soort discussies.

Bewijs is belangrijk

Vastleggen. Bij een arbeidsongeval moet u vaak aantonen dat u voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen. Daarom is het verstandig om belangrijke documenten goed te bewaren. Denk bijvoorbeeld aan de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), veiligheidsinstructies, verslagen van werkoverleggen, onderhoudsrapporten en foto’s van veiligheidsvoorzieningen. Ook registraties van gegeven instructies kunnen later van grote waarde zijn.

Goede documentatie voorkomt een ongeval niet, maar kan wel een doorslaggevende rol spelen als achteraf discussie ontstaat over uw zorgplicht.

Controleer regelmatig of uw veiligheidsmaatregelen nog aansluiten bij de dagelijkse werkzaamheden. Leg veiligheidsinstructies en functieomschrijvingen goed vast en bewaar bewijs van de maatregelen die u neemt. Daarmee verkleint u niet alleen de kans op ongevallen, maar ook het risico op aansprakelijkheid.

 

Wat met fiscale oudedagsreserve bij staking onderneming?

Wat is de FOR?

De fiscale oudedagsreserve (FOR) was een regeling waarmee u als ondernemer elk jaar een deel van uw winst mocht reserveren voor uw oude dag. Over dat bedrag betaalde u op dat moment geen inkomstenbelasting. Handig, want zo kon u belasting uitstellen. Let op: de FOR bestond puur op papier. U was niet verplicht om het geld ook daadwerkelijk apart te zetten.

Nieuwe FOR opbouwen kan niet meer. Sinds 2023 is de mogelijkheid om nieuwe FOR op te bouwen afgeschaft. Maar ondernemers die vóór 2023 al een reserve hadden opgebouwd, mogen die behouden. Stopt u met uw bedrijf, dan moet u alsnog afrekenen over het opgebouwde bedrag.

Wat gebeurt er als u stopt? Bij het staken van uw onderneming telt de Belastingdienst uw FOR op bij uw winst over dat jaar. Over dat totaal betaalt u inkomstenbelasting. Heeft u een forse reserve opgebouwd, dan kan dit u in een hogere belastingschijf brengen en kan de aanslag flink oplopen. Het is dus zaak om hier tijdig bij stil te staan, het liefst nog vóór u zich uitschrijft bij de Kamer van Koophandel.

Wat kunt u doen? Gelukkig zijn er mogelijkheden om de belastingdruk te beperken of uit te stellen. De belangrijkste opties zetten we voor u op een rij.

Omzetten in een lijfrente

De meest gebruikte manier om belasting over de FOR uit te stellen, is de omzetting in een lijfrente. U stort het bedrag bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling. U betaalt dan nu geen belasting over de FOR, maar pas later, wanneer u de uitkeringen ontvangt. Dat is vaak fiscaal voordeliger, omdat uw inkomen na uw pensionering lager is en u in een lager belastingtarief valt.

Er zijn twee varianten:

  • Een opbouwende lijfrente: het geld staat vast tot u een bepaalde leeftijd bereikt. Dit past goed als u nog niet met pensioen bent en het geld voorlopig niet nodig heeft. U spreidt de belasting over meerdere jaren.
  • Een uitkerende lijfrente: u ontvangt al snel periodieke uitkeringen, bijvoorbeeld maandelijks. Dit is vaak een goede keuze als u (bijna) de AOW-leeftijd heeft bereikt op het moment dat u stopt.

Let op de deadline. U kunt de FOR alleen omzetten in een lijfrente tot 31 december van het jaar waarin u stopt. Mist u die datum, dan vervalt deze mogelijkheid.

Liquiditeit is een vereiste. Voor het storten van een lijfrente heeft u direct beschikbaar geld nodig. Zit uw vermogen grotendeels vast in voorraad, machines of andere bedrijfsmiddelen? Dan heeft u weliswaar vermogen, maar geen liquiditeit en kunt u deze optie niet gebruiken. Een uitweg kan zijn om bij de verkoop van uw bedrijf met de koper een lijfrente af te spreken. De koper betaalt u dan in termijnen, zodat u geen eigen spaargeld hoeft in te leggen. Dit vereist wel de medewerking van de koper.

Direct afrekenen

Doet u niets, dan rekent de Belastingdienst automatisch af over uw FOR. Dit is eenvoudig, maar financieel gezien vaak de duurste route. Het kan passen als u geen liquiditeit heeft of als u gewoon een schone lei wilt. Zorg er in dat geval wel voor dat u genoeg geld achter de hand heeft om de belastingaanslag te betalen.

Stakingsaftrek. Stopt u definitief met ondernemen, dan heeft u in veel gevallen recht op stakingsaftrek. Deze aftrek verlaagt uw stakingswinst en daarmee ook de belasting over uw FOR. De stakingsaftrek bedraagt maximaal € 3.630 en geldt slechts éénmaal in uw leven. Hiermee kunt u de belastingdruk enigszins verzachten, maar de aanslag wordt er niet door weggenomen.

Wat is het beste voor u?

Welke optie het gunstigst is, hangt af van uw persoonlijke situatie. Denk aan uw leeftijd, uw verwachte inkomen na het staken, uw liquiditeit en of u het geld op korte termijn nodig heeft. Een goede voorbereiding loont: wie tijdig actie onderneemt, kan de belastingdruk aanzienlijk beperken.

Heeft u nog een FOR staan en overweegt u uw bedrijf te staken, onderzoek dan of u de FOR kunt omzetten in een lijfrente, want dat is doorgaans de fiscaal gunstigste route. Controleer daarvoor of u voldoende liquide middelen heeft. Vergeet de deadline van 31 december van het jaar waarin u stopt niet: daarna is omzetting niet meer mogelijk.

Lenen van uw BV: wanneer is er sprake van winstuitdeling?

Wat is een winstuitdeling?

Geld dat de BV ‘weggeeft’. Als uw BV geld of vermogen aan u als dga verstrekt zonder daar iets voor terug te krijgen, kan de Belastingdienst dat aanmerken als een winstuitdeling. U betaalt dan inkomstenbelasting over dat bedrag, namelijk in box 2. Het tarief in box 2 bedraagt momenteel 24,5% over de eerste € €68.843 aan inkomen uit aanmerkelijk belang en 31% over het meerdere.

Aanmerkelijk belang. Als u 5% of meer van de aandelen in een BV bezit, heeft u een zogenaamd ‘aanmerkelijk belang’. Dividenduitkeringen en andere voordelen die u als dga uit de BV ontvangt, zijn dan belast als inkomen uit aanmerkelijk belang.

Prijsgeven van een vordering. Een veelvoorkomende situatie is dat u als dga geld leent van uw BV, bijvoorbeeld om een woning te kopen of om privé-uitgaven te financieren. De BV heeft dan een vordering op u. Zolang u die lening netjes terugbetaalt en rente betaalt, is er niets aan de hand. Maar wat als de BV die vordering laat vallen? Dan kan de Belastingdienst stellen dat de BV u bevoordeelt vanwege de aandeelhoudersrelatie en dat er dus sprake is van een winstuitdeling.

Wat zegt de rechtbank?

Rechtbank Gelderland heeft zich onlangs uitgesproken over precies deze situatie (ECLI:NL:RBGEL:2026:4484). Een man en zijn partner, ieder voor 50% eigenaar van een BV, hadden in 2010 samen een eigen woning gekocht voor € 700.000. Die aankoop financierden zij volledig met een lening van de BV. Daarnaast hadden zij een rekening-courantschuld aan de BV. In 2016 verkochten zij de woning voor € 508.750 en losten zij bijna € 480.000 af op de hypothecaire lening. Er bleef echter een aanzienlijke schuld aan de BV over.

Standpunt Belastingdienst. De Belastingdienst stelde dat de BV haar vorderingen in 2016 en 2017 had prijsgegeven. Daarmee zou er sprake zijn van winstuitdelingen waarover de aandeelhouders inkomstenbelasting moesten betalen in box 2.

Oordeel van de rechtbank. De rechtbank stelde voorop dat de bewijslast bij de Belastingdienst ligt. Als de inspecteur een winstuitdeling wil aannemen, moet hij aantonen dat:

  • het vermogen de BV definitief heeft verlaten doordat de BV haar rechten als schuldeiser heeft prijsgegeven, en
  • dit is gebeurd vanwege de aandeelhoudersrelatie.

Dat lukte de Belastingdienst in deze zaak niet. De inspecteur erkende op zitting zelfs dat er geen sprake was van een formeel prijsgeven van rechten door de BV. Ook een materieel prijsgeven kon hij niet aannemelijk maken. De rechtbank stelde het inkomen uit aanmerkelijk belang over beide jaren daarom op nihil.

Wat kunt u hiervan leren?

De bewijslast ligt bij de Belastingdienst. Dit is een belangrijk punt. De Belastingdienst mag niet zomaar stellen dat er sprake is van een winstuitdeling. De inspecteur moet dat onderbouwen en bewijzen. Lukt dat niet, dan is er ook geen winstuitdeling. Dat geeft u als dga een stevige positie als u het er niet mee eens bent.

Vastlegging is cruciaal. Toch is het verstandig om uw leenverhouding met uw BV goed vast te leggen. Zorg in ieder geval voor het volgende:

  • Een schriftelijke leningsovereenkomst met duidelijke afspraken over de looptijd, het rentepercentage en de aflossing.
  • Een zakelijk rentepercentage, dat wil zeggen een rente die u ook bij een bank zou betalen.
  • Daadwerkelijke rentebetalingen en aflossingen, zichtbaar in de administratie.
  • Een reëel onderpand als de lening groot is, bijvoorbeeld een hypotheek op uw woning.

Aandachtspunten

Wet excessief lenen. Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Heeft u meer dan € 500.000 geleend van uw BV (schulden van uzelf en uw fiscale partner samen, minus eventuele eigenwoningschulden), dan wordt het meerdere aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang en moet u daarover belasting betalen. Deze wet staat los van de discussie over het prijsgeven van vorderingen, maar is wel relevant als u grote bedragen van uw BV heeft geleend.

Rekening-courant. Een rekening-courantschuld aan uw BV is op zichzelf niet verboden, maar vraagt om aandacht. Zorg voor een schriftelijke rekening-courantovereenkomst met een kredietplafond en een zakelijke rente. Loopt de schuld hoog op, dan vergroot u het risico dat de Belastingdienst vraagtekens plaatst bij de terugbetalingscapaciteit.

Tip 1. Laat uw rekening-courantschuld aan uw BV niet onbeperkt oplopen. Spreek in de overeenkomst een maximum af en zorg dat u de rente elk jaar daadwerkelijk betaalt. Dat voorkomt discussies met de Belastingdienst.

Tip 2. Bewaar alle documenten die aantonen dat de BV haar vordering op u nooit heeft prijsgegeven: bankafschriften waaruit blijkt dat u rente en aflossingen betaalt, correspondentie over de lening en de leningsovereenkomst zelf.

Heeft u een schuld aan uw BV, zorg dan voor een waterdichte leningsovereenkomst met een zakelijke rente en leg alle betalingen goed vast. De rechtbank bevestigt dat de Belastingdienst moet bewijzen dat er sprake is van een winstuitdeling. Met een goede administratie staat u sterk.

Btw-aftrek huur weg door vrijgestelde onderverhuur

Verhuur onroerende zaak en btw

Vrijgesteld van btw. Verhuur van onroerende zaken is in principe vrijgesteld van btw. Dit betekent dat een verhuurder geen btw in rekening brengt en ook geen btw kan terugvragen over zijn kosten. In sommige gevallen is dat nadelig, bijvoorbeeld als een verhuurder veel heeft geïnvesteerd in een pand en de btw op die investeringen wil aftrekken.

Opteren voor belaste verhuur. Om die reden biedt de wet de mogelijkheid om te ‘opteren‘ voor btw-belaste verhuur. Verhuurder en huurder spreken dan samen af dat de huur wel met btw wordt belast. De huurder kan die btw dan weer aftrekken, mits hij het pand voor minstens 90% gebruikt voor btw-belaste activiteiten. Zo profiteren beide partijen.

Wat speelde er?

Onderverhuur zonder btw. Een ondernemer die een advocatenpraktijk exploiteert, huurde een bedrijfsruimte. Met de eigenaar van het pand was geopteerd voor btw-belaste verhuur. De ondernemer trok de btw op de huur dus af. Tegelijkertijd verhuurde de ondernemer een deel van de ruimte, bijna 20% van het totale oppervlak, onder aan andere advocaten. Voor die onderverhuur was echter níét geopteerd voor btw-belaste verhuur. Die onderverhuur was dus btw-vrijgesteld.

Na een boekenonderzoek corrigeerde de Belastingdienst de afgetrokken btw op de huur. De ondernemer was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter.

Wat oordeelde de rechter? Rechtbank Noord-Holland stelde de Belastingdienst in het gelijk (ECLI:NL:RBNHO:2025:16030). De redenering is als volgt: om te mogen opteren voor btw-belaste verhuur moet de huurder het gehuurde pand voor minstens 90% gebruiken voor btw-belaste prestaties. Omdat de ondernemer een deel van het pand btw-vrijgesteld onderverhuurde, voldeed hij niet aan die 90%-eis. Het gevolg: de optie voor belaste verhuur was ongeldig en daarmee verviel ook het recht op aftrek van de btw op de huurpenningen.

Waarom is dit relevant voor u?

Deze uitspraak is om meerdere redenen interessant voor iedereen die bedrijfsruimte huurt en (gedeeltelijk) onderverhuurt.

De 90%-eis geldt voor het gehele gehuurde pand. Het gaat er niet alleen om wat uzelf met de ruimte doet, maar ook hoe de ruimte die u onderverhuurt, door de onderhuurder wordt gebruikt. Verhuurt u een deel btw-vrijgesteld onder, dan telt dat mee als niet-btw-belast gebruik van het gehuurde.

Vrijgestelde onderverhuur tast de optie aan. Zodra u meer dan 10% van de gehuurde ruimte btw-vrijgesteld onderverhuurt, voldoet u niet meer aan de 90%-eis. De optie voor belaste verhuur in de schakel tussen u en uw hoofdverhuurder wordt daardoor ongeldig, zelfs als u die optie heeft vastgelegd in de huurovereenkomst.

De gevolgen zijn fors. Als de optie ongeldig blijkt, heeft u ten onrechte btw afgetrokken op de huurpenningen die uw verhuurder aan u in rekening bracht. De Belastingdienst kan die ten onrechte afgetrokken btw naheffen, vermeerderd met rente.

Wat kunt u nu concreet doen?

Als u (een deel van) uw bedrijfsruimte onderverhuurt, bekijk dan of die onderverhuur met of zonder btw plaatsvindt. Heeft u btw-vrijgestelde onderhuurders en vertegenwoordigen zij meer dan 10% van uw gehuurde oppervlak? Neem dan contact op met uw verhuurder en uw onderhuurders om de situatie te beoordelen. Mogelijk kan alsnog worden geopteerd voor btw-belaste onderverhuur, als uw onderhuurders daarvoor in aanmerking komen.

Tip: Leg bij elke onderverhuur schriftelijk vast of er wel of niet wordt geopteerd voor btw-belaste verhuur. Bewaar dit samen met de berekening van het percentage van de onderverhuurde oppervlakte ten opzichte van het totaal gehuurde. Zo staat u sterker bij een eventuele controle.

Verhuurt u een deel van uw bedrijfspand onder, controleer dan of die onderverhuur al dan niet met btw plaatsvindt en welk percentage van uw totale gehuurde oppervlak dit betreft. Overschrijdt de btw-vrijgestelde onderverhuur de 10%-grens, dan loopt u het risico dat de Belastingdienst de btw-aftrek op de huurpenningen terugdraait. Pas indien mogelijk de onderverhuurovereenkomsten aan en leg alles goed vast.

Belastingschuld? Gespreid betalen wordt makkelijker

Nieuwe regeling voor gespreid betalen

Nieuws. De Staatssecretaris van Financiën heeft de Leidraad Invordering 2008 aangepast. Daardoor kunnen particulieren sinds 1 juli 2026 eenvoudiger een standaardbetalingsregeling aanvragen voor een openstaande belastingschuld. De regeling maakt het mogelijk om een belastingschuld in maximaal twaalf maandelijkse termijnen af te lossen.

Ook voor ex-ondernemers. De regeling is niet alleen bedoeld voor particulieren die nooit hebben ondernomen. Ook ex-ondernemers worden voor deze regeling als particulier aangemerkt. Heeft u uw onderneming beëindigd en staat er nog een belastingaanslag open, dan kunt u mogelijk eveneens gebruikmaken van deze betalingsregeling.

Hoe werkt de regeling?

Twaalf termijnen. De standaardbetalingsregeling kent een maximale looptijd van twaalf maanden. De Belastingdienst verdeelt de openstaande belastingschuld over gelijke maandelijkse termijnen. Daarbij geldt een minimale aflossing van € 20 per maand.

Snelle afhandeling. Een belangrijk voordeel is dat de Belastingdienst bij deze regeling in beginsel geen uitgebreid onderzoek doet naar uw financiële situatie of uw betalingscapaciteit. Hierdoor kan een verzoek sneller worden behandeld dan een uitgebreide persoonlijke betalingsregeling.

Invorderingsrente. Houd er wel rekening mee dat de invorderingsrente tijdens de betalingsregeling gewoon doorloopt. Gespreid betalen geeft dus meer financiële ruimte, maar kan uiteindelijk wel duurder uitpakken dan wanneer u de aanslag direct voldoet.

Wanneer komt u in aanmerking?

Niet iedere aanslag. De standaardbetalingsregeling geldt niet voor alle belastingaanslagen. Zo zijn onder meer uitgesloten:

  • voorlopige aanslagen inkomstenbelasting over het lopende jaar;
  • conserverende aanslagen;
  • aanslagen waarvoor al uitstel van betaling is gevraagd vanwege bezwaar of (hoger) beroep of waarvoor dit uitstel al is verleend.

Beoordeling. Hoewel de regeling ruim is opgezet, wordt niet ieder verzoek automatisch goedgekeurd. De Belastingdienst kan een verzoek afwijzen, bijvoorbeeld als de belastingschuld erg hoog is of als onvoldoende vertrouwen bestaat dat u de maandelijkse termijnen zult betalen. Ook wanneer regelmatig nieuwe belastingschulden ontstaan, kan dit een reden zijn om de standaardregeling niet toe te kennen.

Andere mogelijkheden. Een afwijzing betekent niet automatisch dat gespreid betalen onmogelijk is. In dat geval beoordeelt de Belastingdienst of een andere betalingsregeling beter past bij uw persoonlijke financiële situatie.

Praktische aandachtspunten

Voorkom nieuwe schulden. Een betalingsregeling biedt lucht voor een bestaande belastingschuld, maar voorkomt geen nieuwe aanslagen. Zorg er daarom voor dat u lopende belastingverplichtingen op tijd blijft betalen. Zo voorkomt u dat uw schulden verder oplopen.

Controleer uw liquiditeit. Maak vooraf een overzicht van uw verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende twaalf maanden. Zo kunt u beoordelen of de maandelijkse aflossingen haalbaar zijn en voorkomt u dat u de regeling tussentijds niet kunt nakomen.

Vraag op tijd aan. Wacht niet totdat u een aanmaning of dwangbevel ontvangt. Hoe eerder u een betalingsregeling aanvraagt, hoe groter de kans dat u extra kosten en invorderingsmaatregelen voorkomt.

Houd rekening met verrekening. Ontvangt u tijdens de betalingsregeling een belastingteruggave? Dan kan de Belastingdienst deze verrekenen met uw openstaande belastingschuld. Daardoor wordt de schuld sneller afgelost, maar ontvangt u de teruggaaf niet op uw bankrekening.

Wat betekent dit voor u?

Ook voor ondernemers. Hoewel de regeling is bedoeld voor particulieren, is zij ook relevant voor ondernemers die hun onderneming hebben beëindigd en nog een belastingschuld moeten aflossen. Daarnaast kan de regeling uitkomst bieden wanneer een belastingaanslag privé wordt opgelegd, bijvoorbeeld voor de inkomstenbelasting.

Financiële rust. Een betalingsregeling is geen oplossing voor structurele liquiditeitsproblemen. Zie de regeling daarom als een hulpmiddel om tijdelijke financiële ruimte te creëren, terwijl u uw administratie en betalingsplanning weer op orde brengt. Door tijdig actie te ondernemen voorkomt u dat een tijdelijke betalingsachterstand uitgroeit tot een groter financieel probleem.

Controleer of u voor de standaardbetalingsregeling in aanmerking komt als u een belastingaanslag niet ineens kunt betalen. Wacht niet op een aanmaning, zorg dat u de afgesproken termijnen op tijd voldoet en voorkom dat nieuwe belastingschulden ontstaan. Zo houdt u grip op uw financiële situatie en beperkt u extra kosten.

Voorlopige Vpb-aanslag? Pas deze op tijd aan

Controleer uw voorlopige aanslag

Schatting. Een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) is gebaseerd op een schatting van de winst van uw BV. De Belastingdienst gebruikt daarvoor de gegevens die op dat moment bekend zijn, bijvoorbeeld uit eerdere aangiften. De werkelijke winst kan gedurende het jaar echter hoger of lager uitvallen. Dat is heel normaal. De omzet kan stijgen of dalen, u kunt investeren of juist met onverwachte kosten te maken krijgen.

Gevolg. Als de winstverwachting verandert, sluit de voorlopige aanslag mogelijk niet meer aan bij de werkelijkheid. Uw BV betaalt dan gedurende het jaar te veel of juist te weinig Vpb. Het is daarom verstandig om de voorlopige aanslag regelmatig te controleren en zo nodig aan te passen.

Bezwaar maken is niet de juiste route

Geen bezwaar. Veel ondernemers denken dat zij bezwaar moeten maken als de voorlopige aanslag te hoog of te laag is. Dat is niet de bedoeling. Tegen een voorlopige aanslag Vpb staat namelijk geen bezwaar open. Ontvangt de Belastingdienst toch een bezwaarschrift, dan wordt uitgelegd dat de aanslag beter kan worden gewijzigd.

Wel aanpassen. Is de voorlopige aanslag gebaseerd op verouderde of onjuiste gegevens? Dan kunt u deze in veel gevallen eenvoudig digitaal aanpassen. Dat is sneller dan corresponderen met de Belastingdienst en voorkomt onnodige vertraging.

Wanneer is aanpassen verstandig?

Afwijkende winst. Pas de voorlopige aanslag aan zodra u verwacht dat de winst van uw BV duidelijk afwijkt van de eerdere schatting. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als:

  • de omzet sterk stijgt of juist terugloopt;
  • u een grote investering doet;
  • een belangrijke opdrachtgever wegvalt;
  • u onverwacht hoge kosten maakt;
  • u een bedrijfsmiddel verkoopt met een boekwinst.

Hoe eerder u de wijziging doorgeeft, hoe beter de voorlopige aanslag aansluit bij de werkelijke belasting die uw BV uiteindelijk verschuldigd is.

Niet afwachten. Veel ondernemers wachten totdat de jaarrekening bijna gereed is. Dat is meestal niet nodig. Zodra u een redelijke inschatting kunt maken van de jaarwinst, kunt u de voorlopige aanslag al laten aanpassen.

Liquiditeit. Is de voorlopige aanslag te hoog, dan betaalt uw BV meer belasting dan nodig is. Dat geld kunt u gedurende het jaar niet gebruiken voor investeringen, extra voorraad of andere uitgaven binnen uw onderneming.

Voorkom bijbetalen. Is de voorlopige aanslag juist te laag, dan volgt later een hogere definitieve aanslag. Dat kan betekenen dat uw BV in één keer een flink bedrag moet betalen. Door de voorlopige aanslag tijdig aan te passen, voorkomt u dergelijke verrassingen.

Betere planning. Een voorlopige aanslag die aansluit bij de actuele winst maakt het eenvoudiger om de liquiditeit van uw onderneming te plannen. U weet beter waar u financieel aan toe bent en voorkomt onnodige schommelingen in uw kaspositie.

Online aanpassen

Digitaal regelen. Volgens de Belastingdienst kan een voorlopige aanslag Vpb in veel gevallen direct online worden gewijzigd. Dat gaat sneller dan een schriftelijk verzoek en zorgt ervoor dat de voorlopige aanslag eerder aansluit bij de verwachte winst van uw BV.

Goede schatting. Zorg er wel voor dat u vooraf een zo realistisch mogelijke winstprognose maakt. Gebruik daarvoor uw actuele administratie, tussentijdse cijfers en de verwachtingen voor de rest van het jaar. Een goede schatting voorkomt dat u later opnieuw een wijziging moet doorgeven.

Praktische aandachtspunten

Controleer regelmatig. Bekijk uw voorlopige Vpb-aanslag niet alleen aan het begin van het jaar, maar ook wanneer zich belangrijke ontwikkelingen voordoen binnen uw onderneming.

Vergelijk de cijfers. Leg uw actuele winstontwikkeling naast de winst waarop de voorlopige aanslag is gebaseerd. Zo ziet u snel of een aanpassing wenselijk is.

Denk vooruit. Verwacht u een grote investering, een forse boekwinst of juist een tegenvaller? Beoordeel dan direct of dit gevolgen heeft voor de verschuldigde Vpb.

Bewaar uw onderbouwing. Leg vast waarop uw winstprognose is gebaseerd. Als de Belastingdienst vragen stelt over de wijziging van de voorlopige aanslag, kunt u uw schatting eenvoudig toelichten.

Controleer uw voorlopige Vpb-aanslag meerdere keren per jaar. Wijkt de verwachte winst van uw BV af van de oorspronkelijke schatting, pas de aanslag dan direct online aan. Zo voorkomt u dat uw BV onnodig geld vooruitbetaalt of later ineens een groot bedrag aan Vpb moet voldoen.

 

Voorkom fouten met kilometerregistratie

Een sluitende registratie is belangrijk

Controle. Rijdt u een auto van de zaak en wilt u geen bijtelling betalen? Dan moet u kunnen aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt. De Belastingdienst controleert hier streng op. Een onvolledige of onbetrouwbare kilometerregistratie kan leiden tot een fiscale correctie.

Bewijs. Alleen een overzicht maken van ritten achteraf is meestal niet voldoende. De registratie moet een betrouwbaar beeld geven van het gebruik van de auto. Ontbrekende ritten, onduidelijke adressen of niet-aansluitende kilometerstanden kunnen problemen opleveren.

Wat legt u vast?

Gegevens. Een goede rittenregistratie bevat per rit onder meer:

  • datum van de rit;
  • begin- en eindstand van de kilometerteller;
  • vertrek- en aankomstadres;
  • de gereden route als deze afwijkt van de gebruikelijke route;
  • of de rit zakelijk of privé is gereden.

Aansluiting. Controleer regelmatig of uw registratie aansluit op andere gegevens, zoals onderhoudsbeurten, tankbonnen en kilometerstanden op facturen. Verschillen kunnen vragen oproepen bij een controle.

Achteraf aanpassen is riskant

Herstellen. Het kan verleidelijk zijn om aan het einde van het jaar ontbrekende ritten alsnog in te vullen. Toch maakt dit uw administratie minder sterk. De Belastingdienst kijkt namelijk niet alleen naar de inhoud, maar ook naar de betrouwbaarheid van de registratie.

Controleer. Plan daarom vaste momenten in om uw kilometerregistratie te controleren. Zo ontdekt u fouten direct en kunt u deze nog eenvoudig uitleggen of herstellen.

Praktische tips

Automatisch. Een rittenregistratiesysteem of app kan helpen om kilometers automatisch bij te houden. Controleer wel altijd of de gegevens kloppen. Een automatisch systeem voorkomt niet dat een rit verkeerd wordt verwerkt.

Werknemers. Heeft u werknemers met een auto van de zaak? Maak duidelijke afspraken over privégebruik en leg vast wie verantwoordelijk is voor de administratie.

Bewaren. Bewaar naast de rittenregistratie ook ondersteunende documenten, zoals agenda-afspraken, werkbonnen en klantafspraken. Deze gegevens helpen om zakelijke ritten te onderbouwen.

Gevolgen van fouten

Bijtelling. Kunt u niet aantonen dat u onder de grens van 500 privékilometers blijft? Dan kan de Belastingdienst ervan uitgaan dat de auto privé wordt gebruikt. U krijgt dan alsnog te maken met een bijtelling. Mogelijk krijgt u ook te maken met eventuele boetes en/of belastingrente.

Voorkomen. Een kleine fout kan grote gevolgen hebben. Een ontbrekende rit of een verschil in kilometerstanden kan ertoe leiden dat uw hele administratie ter discussie komt te staan.

Controleer daarom regelmatig uw kilometerregistratie. Leg ritten direct vast, bewaar bewijsstukken en zorg dat kilometerstanden altijd aansluiten. Daarmee voorkomt u discussie met de Belastingdienst en een onverwachte bijtelling.

 

Onroerende zaken zonder functie mee naar de BV?

Van eenmanszaak of Vof naar BV

Veel ondernemers starten hun onderneming in een eenmanszaak of een vennootschap onder firma (Vof). Groeit uw winst, dan kan het aantrekkelijk worden om over te stappen naar een BV. U zet dan uw onderneming om in een BV en gaat verder in die nieuwe rechtsvorm.

Overdrachtsbelasting. Zit er vastgoed in uw onderneming, dan komt bij de omzetting naar een BV een lastig punt om de hoek kijken. De panden gaan namelijk ook over naar de BV. Zo’n overgang is normaal gesproken belast met overdrachtsbelasting. Voor bedrijfspanden is dat in 2026 een tarief van 10,4%.

De inbrengvrijstelling: overdrachtsbelasting van tafel

Gelukkig bestaat er een vrijstelling. Zet u uw onderneming om in een BV, dan hoeft u onder voorwaarden geen overdrachtsbelasting te betalen over de onroerende zaken die meegaan. Deze inbrengvrijstelling is er om te voorkomen dat de overdrachtsbelasting u tegenhoudt bij de keuze voor de rechtsvorm die het beste bij uw onderneming past.

Voorwaarden. Aan de vrijstelling zijn wel eisen verbonden. De belangrijkste: u brengt alle bezittingen en schulden die een functie vervullen in de onderneming in, in ruil voor aandelen van de BV. Daarnaast moeten de oprichters in het aandelenkapitaal van de BV (nagenoeg) dezelfde verhouding krijgen als zij in de onderneming hadden.

Functieloos mag thuisblijven. Bezittingen die geen functie meer vervullen, zoals overtollig spaargeld, hoeft u niet mee in te brengen in de BV. Deze mag u buiten de omzetting houden.

Pand zonder functie: mag dat mee?

Stel, er staat een pand op de balans van uw onderneming dat vroeger wel werd gebruikt, maar nu niet meer. Voor de inkomstenbelasting mag zo’n pand gewoon ondernemingsvermogen blijven en op de balans staan. De vraag is: als u dat pand toch meeneemt naar de BV, geldt de vrijstelling overdrachtsbelasting dan ook voor dat pand of moet u er alsnog overdrachtsbelasting over betalen?

Standpunt Belastingdienst. De Belastingdienst heeft deze vraag beantwoord in een recent kennisgroepstandpunt (KG:052:2026:4). Het ging om een Vof met meerdere panden op de balans. Een deel van deze panden had geen functie meer in de onderneming, maar was ooit wel in gebruik geweest. De andere panden werden nog wel gebruikt in de onderneming. De Vof wilde de onderneming omzetten in een BV.

Antwoord. De Belastingdienst concludeert dat de inbrengvrijstelling overdrachtsbelasting ook geldt voor panden die op het moment van de omzetting naar een BV geen functie meer in de onderneming vervullen, maar die nog wel tot het ondernemingsvermogen voor de inkomstenbelasting behoren. U betaalt daar dus bij inbreng in een BV geen overdrachtsbelasting over.

Wat kunt u hiermee?

Overweegt u om uw eenmanszaak of Vof om te zetten in een BV en heeft u vastgoed op de balans staan? Dan kunt u ook panden die u niet meer actief gebruikt meenemen naar de BV, zonder dat u de vrijstelling overdrachtsbelasting in gevaar brengt.

Let op de volgende punten:

  • Controleer of een pand nog tot uw ondernemingsvermogen voor de inkomstenbelasting hoort. Alleen dan is dit kennisgroepstandpunt van belang.
  • Houd de overige voorwaarden goed in de gaten, zoals de eis dat u alle functionele bezittingen inbrengt en de verhouding in de aandelen van de BV gelijk blijft.
  • Bedenk dat de vrijstelling alleen de overdrachtsbelasting betreft. Voor de inkomstenbelasting gelden eigen regels bij de omzetting.

Tip. Bespreek uw plannen op tijd met uw adviseur. De omzetting naar een BV vraagt om voorbereiding en de datum van inbreng kan gevolgen hebben. Een goede planning voorkomt dat u onnodig belasting betaalt.

Zet u uw onderneming om in een BV en staat er een pand op de balans dat u niet meer gebruikt? Neem dit dan gerust mee in de omzetting. De vrijstelling voor de overdrachtsbelasting geldt ook voor dit pand, zolang het nog tot uw ondernemingsvermogen behoort.


Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl