“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

De fiets van de zaak, de regels op een rij

Ter beschikking stellen. De regels die we hier beschrijven, gelden als u als werkgever aan een werknemer een fiets ter beschikking stelt. Dit betekent dus dat de fiets geen eigendom van de werknemer wordt.

Bijtelling voor privégebruik

Bijtelling van 7%. Net als bij een auto die u ter beschikking stelt, wordt er voor een fiets van de zaak een bijtelling voor privégebruik berekend. Deze bijtelling bedraagt 7% van de waarde van de fiets. Let op.  Deze bijtelling geldt niet alleen voor gewone en elektrische fietsen, maar ook voor zogenaamde ‘speed pedelecs’.

Over welke waarde? U moet de bijtelling berekenen over de consumentenadviesprijs die de fabrikant hanteert. Bij een fiets met een waarde van € 1.500 bedraagt de bijtelling € 1.500 x 7% = € 105. Per maand dus minder dan een tientje.

Voor woon-werkverkeer. Als de fiets voor woon-werkverkeer gebruikt mag worden, geldt de bijtelling ook. Let op.  Het is niet mogelijk om te bewijzen dat de fiets niet of maar heel beperkt privé gebruikt wordt (zoals bij een auto van de zaak).

Eigen bijdrage werknemer

Aftrek. U kunt ervoor kiezen om de werknemer een eigen bijdrage te laten betalen. De eigen bijdrage verlaagt de bijtelling, maar deze kan niet negatief worden. Let op.  U mag de bijtelling niet verlagen omdat de werknemer de oplaadkosten thuis van de accu van een elektrische fiets betaalt.

Loon of werkkostenregeling?

U kunt kiezen of u de bijtelling tot het loon van de werknemer rekent of dat u deze onderbrengt in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Loon. Als u de bijtelling als loon behandelt, betaalt de werknemer loonheffing over de bijtelling en betaalt u premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet.

Werkkostenregeling. De bijtelling ten laste van de vrije ruimte in de werkkostenregeling brengen, voorkomt deze heffingen, maar kan wel leiden tot 80% eindheffing als u de vrije ruimte overschrijdt.

Accessoires

Onbelast vergoeden of verstrekken. Als u een fiets ter beschikking stelt, dan mag u daarnaast accessoires van de fiets onbelast vergoeden of verstrekken. Daaronder vallen bijv. een extra slot, fietstassen, een fietsmand of een steun voor de tas. Ook reparatiekosten en de kosten van een fietsverzekering vallen hieronder. Let op.  De kosten van een regenpak vallen hier niet onder, omdat deze niets te maken hebben met de fiets. De kosten van het regenpak kunt u natuurlijk wel weer in de vrije ruimte van de werkkostenregeling onderbrengen.

Samenloop met kilometervergoeding

Kilometervergoeding belast. Als u een vergoeding betaalt voor de zakelijke of woon-werkverkeerkilometers die de werknemer rijdt met de fiets van de zaak, dan mag dat niet onbelast. Er is namelijk al sprake van vervoer vanwege de werkgever. Tip.  De kilometervergoeding mag u wel in de vrije ruimte van de werkkostenregeling onderbrengen.

De regeling voor een ter beschikking gestelde fiets is niet ingewikkeld. Let wel op dat als u ervoor kiest om de regeling te combineren met de vrije ruimte van de werkkostenregeling, u dan de vrije ruimte niet overschrijdt, want dan wordt de fietsregeling een dure aangelegenheid. bron indicator

Internationaal zakendoen, controleplicht bij facturatie?

Hoezo verantwoordelijkheid? Als ondernemer is het oppassen geblazen, want voordat u het weet betaalt u ongezien een factuur voor spullen die u nooit besteld heeft of voor vermelding in een interessante bedrijvengids waar nog nooit iemand van heeft gehoord. Ook de fiscus is waakzaam tegen fraude en stelt aan ondernemers dan ook de nodige fiscale eisen. Zo gelden er vooral bij internationaal handelen de nodige voorwaarden. Maar hoever reikt uw verantwoordelijkheid eigenlijk?

Btw-fraude

Een bekende vorm van fiscale fraude betreft de btw. Een collega van u handelde in mobiele telefoons en tablets, bekende fraudegevoelige artikelen. Daarom had hij met de Belastingdienst een aantal afspraken gemaakt. Nieuwe leveranciers en afnemers werden door hem bij de fiscus gemeld, in- en verkopen van meer dan € 10.000 werden ook gemeld en dat gold ook voor leveranciers en afnemers waarbij het ging om transacties van meer dan € 50.000 per maand. Uw collega had in januari 2013 vier keer een partij mobieltjes aan een nieuwe Britse afnemer geleverd. Conform afspraak met de fiscus had hij hierover alle gegevens aan de inspecteur gestuurd. Helaas ging het toch mis …

Btw-nummer buitenlandse afnemer. In dit geval ging het fout met het btw-nummer van de buitenlandse afnemer. Uw collega beschikte over dit nummer, maar het was achteraf vanwege fraude weer ingetrokken. Ook had uw collega de mobieltjes moeten leveren aan afnemers in Polen en Duitsland. Hij beschikte echter alleen over het btw-nummer van zijn Britse afnemer. Toen bleek dat deze de verschuldigde btw niet had afgedragen, moest uw collega hiervoor opdraaien. Deze vond dit onterecht en stapte naar de rechter.

Navraag voldoende? Voor de rechter was de vraag aan de orde of uw collega wist, dan wel had moeten weten, dat er sprake was van fraude. Dat uw collega zelf te goeder trouw was, stond vast. Hij had navraag gedaan naar zijn afnemer en geconstateerd dat deze in 2011 was opgericht en als groothandel en distributeur van consumentenelektronica stond ingeschreven in het Britse handelsregister. Ook had hij een btw-certificaat, afgegeven door de Britse fiscus, inhoudende dat aan hem een btw-nummer was toegekend, welk nummer dat was en dat de afnemer elke drie maanden btw-aangifte moest doen.

Wat uw collega niet had gedaan. Uw collega beschikte echter niet over de btw-nummers van de Poolse en Duitse ondernemers waaraan hij de mobieltjes moest leveren. Volgens de inspecteur voldoende reden om na te heffen, maar hier dacht de Hoge Raad gelukkig toch even anders over …

Oordeel Hoge Raad aan uw zijde

De Hoge Raad geeft aan dat u als ondernemer er binnen het redelijke alles aan moet doen om niet bij fraude betrokken te raken. Hoever dit gaat, hangt van de situatie af. Zo moet u bij vermoedens van fraude uw afnemer screenen op betrouwbaarheid. Tip.  Zorg dat u uw inspanningen kunt aantonen en leg daarvoor een dossier aan.

U zit niet op de stoel van de fiscus. De fiscus mag echter niet eisen dat u complexe en grondige controles doorvoert en zo in feite de controletaken van de fiscus overneemt. Tip.  Het enkele feit dat, zonder verdere fraudevermoedens, uw collega niet beschikte over de btw-nummers van de ondernemers aan wie hij de mobieltjes moest afleveren, was in ieder geval onvoldoende voor een naheffing. Deze verdween dan ook van tafel.

Als ondernemer moet u er binnen het redelijke alles aan doen om niet bij fraude betrokken te raken. Bij vermoedens van fraude heeft u dan ook een vergaande onderzoeksplicht. Zonder deze vermoedens hoeft u echter geen complexe en grondige controles door te voeren. Dat is de taak van de fiscus, aldus de rechter. bron indicator

Check toeslagen 2020, vraag aan tot 01.09.2021

Heeft u in 2020 geen zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget ontvangen? Tip.  Dan doet u er goed aan om alsnog te checken of u daar misschien toch recht op heeft. Het kan namelijk zijn dat u in 2020 minder inkomsten heeft gehad door corona, waardoor het recht op toeslagen alsnog bestaat.

Online checken. Met behulp van de rekentool van de Belastingdienst ( https://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen ) kunt u eenvoudig een proefberekening maken. Blijkt dat er recht op toeslagen bestaat, dan kunt u hier ook gelijk de toeslagen (met DigiD) aanvragen.

Tot wanneer aanvragen? U kunt nog tot 1 september 2021 zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget aanvragen over 2020. Heeft u uitstel voor uw aangifte inkomstenbelasting, dan kunt u nog zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget aanvragen tot de datum waarop het uitstel voor uw aangifte of die van uw toeslagpartner afloopt. Huurtoeslag kunt u aanvragen zolang een medebewoner nog uitstel heeft.

U kunt nog tot 1 september 2021 zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget aanvragen over het jaar 2020. Check online of u daar recht op heeft en vraag dan meteen aan. bron indicator

Thuiswerken een blijvertje … welke kosten vergoedt u?

Thuiswerkbeleid. Sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn er veel werknemers die thuiswerken. In eerste instantie omdat dit door de overheid werd gevraagd. Maar uit recent onderzoek blijkt dat veel werknemers dat thuiswerken eigenlijk best prettig vinden. Het leidt tot een betere balans tussen werk en privéleven en tot minder reistijd. Het zou dus daarom goed kunnen dat (gedeeltelijk) thuiswerken niet meer weg te denken is. Tip.  Daarom is het goed om als werkgever nu al na te denken over thuiswerkbeleid.

Goede mix

Voordelen. Werknemers die vanuit huis werken, vinden dat vaak prettig omdat dit leidt tot een betere balans tussen werk en privé. Dat is niet alleen een voordeel voor de werknemer, want u als werkgever bent ook gebaat bij werknemers die goed in hun vel zitten. Bovendien wijst onderzoek uit dat werknemers die thuiswerken, meer uren werken en die uren ook nog efficiënter besteden.

Nadelen. Uiteraard heeft thuiswerken ook nadelen. Zo zal de binding die de werknemer met de onderneming voelt, zwakker worden. Bovendien is overleg met collega’s of klanten vaak toch net even gemakkelijker als dat ‘live’ kan. Tip. Een goede mix tussen thuis en op locatie werken, kan daarom optimaal zijn.

Overige aspecten

Huisvestingskosten. Thuiswerken leidt tot een kleinere bezetting op kantoor. Dat kan een impact hebben op bijv. uw huisvestingskosten. Misschien heeft u minder kantoorruimte nodig?

Mobiliteitsregelingen. U kunt overwegen om mobiliteitsregelingen aan te passen door bijv. reiskostenvergoedingen te vervangen door een werkdagvergoeding. De vergoeding voor een werkdag thuis is dan anders dan die voor een werkdag op kantoor (met een reiskostencomponent, maar zonder vergoeding voor thee, koffie, etc.).

Kostenvergoeding voor thuiswerken

In de vrije ruimte. De kosten die uw werknemers maken, zijn deels afhankelijk van de locatie waar zij werken. Uit onderzoek blijkt dat werknemers ongeveer € 2 per dag kosten hebben als zij thuiswerken. Op dit moment geldt er nog geen gerichte vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding, waardoor deze niet onbelast uitbetaald kan worden (tenzij u deze onder de vrije ruimte brengt van de werkkostenregeling). Mogelijk wordt er op termijn wel een gerichte vrijstelling ingevoerd.

Wat kunt u wel onbelast vergoeden? De kosten die uw werknemer maakt om thuis veilig en verantwoord te kunnen werken, kunt u wel onbelast vergoeden. Het gaat dan bijv. om een goede bureaustoel, een in hoogte verstelbaar bureau en goede verlichting. Ook de kosten van een internetaansluiting thuis kunt u onbelast vergoeden, net als de apparatuur die een werknemer nodig heeft (laptop, mobiele telefoon).

Vaste kostenvergoeding. Tot slot is het belangrijk om te bekijken of de algemene maandelijkse onkostenvergoeding die u uitbetaalt, nog steeds aan de eisen voldoet. Als werknemers meer thuiswerken, is het mogelijk dat bepaalde kosten die in de algemene vergoeding zijn begrepen niet meer gemaakt worden (bijv. de kosten van kleine consumpties onderweg). Let op. Voor 2020 is het goedgekeurd dat bestaande kostenvergoedingen gehandhaafd mochten worden, maar die goedkeuring is vanaf 1 januari 2021 vervallen.

Op dit moment geldt er nog geen gerichte vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding, waardoor deze niet onbelast uitbetaald kan worden, tenzij u deze onderbrengt in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Mogelijk wordt er op termijn wel een gerichte vrijstelling ingevoerd. Dan informeren wij u direct. bron indicator

De nieuwe coronasteunmaatregelen voor de rest van 2021

Steunpakket banen en economie. Het kabinet is van plan om het steunpakket voor banen en economie door te trekken in het derde kwartaal van 2021. Wij zetten een aantal regelingen (de meest belangrijke) voor u op een rijtje …

Tozo 5

Het kabinet is voornemens de periode waarover de Tozo kan worden aangevraagd te verlengen tot 1 oktober 2021 (Tozo 5). De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de Tozo blijven onveranderd. Wel zal de focus van de Tozo bij toekomstige aanvragen meer komen te liggen op het ondersteunen en stimuleren van ondernemers, zodat zij weer op eigen benen kunnen staan.

Lening bedrijfskapitaal Tozo. De datum dat ondernemers moeten starten met het terugbetalen van de lening bedrijfskapitaal Tozo wordt zes maanden uitgesteld tot 1 januari 2022 (was 1 juli 2021). Over deze zes maanden wordt er geen verschuldigde rente opgebouwd. Voor alle leningen bedrijfskapitaal Tozo wordt de looptijd (de periode vanaf het moment van verstrekking tot het moment waarop de lening moet zijn terugbetaald) verlengd van 42 maanden naar 60 maanden.

NOW 4.0

Het kabinet is van plan de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) onaangepast te verlengen met een periode van drie maanden. De NOW 4.0 loopt van 1 juli tot en met 30 september 2021. Als referentiemaand voor de loonsom zal februari 2021 worden gehanteerd, omdat deze maand een representatiever beeld geeft van de huidige loonsom. De oude referentiemaand (juni 2020) wordt voor de NOW 4.0 niet meer gehanteerd. Ook kiest het kabinet ervoor om de TVL uit te zonderen van het omzetbegrip binnen de NOW 3.0 en NOW 4.0. Tip.  Vraagt u NOW 3.0 en NOW 4.0 aan of heeft u deze aangevraagd, dan hoeft u geen rekening te houden met ontvangen TVL bij de vaststelling van de NOW.

TVL

Het kabinet is van plan om de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in het derde kwartaal door te trekken. Daarbij hebben bedrijven vanaf het tweede kwartaal de keuze tussen twee referentieperioden voor de TVL (het tweede kwartaal 2019 of het derde kwartaal). Aanvullend daarop gaat het subsidieplafond voor grote bedrijven in de TVL naar € 1,2 miljoen voor het tweede kwartaal.

 

Tweede kwartaal Voorstel derde kwartaal
NOW NOW 3.0 NOW 4.0
Omzetdrempel 20% 20%
Subsidiepercentage 85% 85%
Dagloon 2x 2x
Vrijstelling 10% 10%
Opslag 40% 40%
TVL TVL Q2 TVL Q3
Omzetdrempel 30% 30%
Subsidiepercentage 100% 100%
Max. subsidiebedrag MKB* € 550.000 € 550.000
Max. subsidiebedrag grote bedrijven* € 1.200.000 € 600.000
Min. vergoeding (MKB en niet-MKB) € 1.500 € 1.500
Vastelastendrempel (MKB en niet-MKB) € 1.500 € 1.500

* Max. subsidiebedrag voor hele steunperiode is € 1,8 miljoen (staatssteunplafond).

Vraagt u NOW 3.0 en NOW 4.0 aan of heeft u deze aangevraagd, dan hoeft u geen rekening te houden met ontvangen TVL bij de vaststelling van de NOW. Bij de TVL hebben bedrijven vanaf het tweede kwartaal voortaan de keuze tussen twee referentieperioden voor de TVL (het tweede kwartaal 2019 of het derde kwartaal 2020). bron indicator

Fiscale coronasteunmaatregelen derde kwartaal 2021

Waar gaat het over? Zoals het er nu uitziet, is het coronavirus op zijn retour. Echter bestaat er nog veel onzekerheid over de nabije toekomst en hebben ondernemers vanwege de coronacrisis moeten interen op hun reserves. Het kabinet heeft daarom een aantal fiscale maatregelen getroffen. Zo is er een aantal fiscale maatregelen verlengd en een aantal niet. Wij zetten ze voor u op een rijtje …

Uitstel van betaling

Ondernemers waarvan het bedrijf betalingsproblemen ondervindt vanwege de coronacrisis, kunnen nog tot en met 30 juni 2021 uitstel van betaling aanvragen of indien ze al bijzonder uitstel hebben, dit verlengen voor verschillende belastingen. Omdat de beperkende maatregelen grotendeels ten einde komen, zullen bedrijven hun nieuw opkomende betalingsverplichtingen dan ook weer kunnen voldoen uit de omzet die zij maken.

1 juli 2021. Om te voorkomen dat schulden niet verder oplopen, houdt het kabinet de datum van 1 juli 2021 in stand waar ondernemers nieuw opkomende verplichtingen weer tijdig moeten voldoen. Dit betekent dat u nieuw opkomende verplichtingen vanaf 1 juli 2021 dient te hervatten.

Voorbeeld.De btw-aangifte over het tweede kwartaal moet uiterlijk 31 juli 2021 ingediend en betaald zijn.

Betalingsregeling naar 01.10.2022

Om ondernemers meer lucht te geven, heeft het kabinet besloten de aanvangsdatum waarop gestart moet worden met het aflossen van de opgebouwde belastingschuld, te verplaatsen van 1 oktober 2021 naar 1 oktober 2022. Ook heeft het kabinet besloten dat dergelijke belastingschulden in 60 maanden in plaats van in 36 maanden mogen worden afgelost.

Eerder aflossen mag.  U mag de belastingschuld ook eerder of extra aflossen. Let op.  Over belastingschulden bent u invorderingsrente verschuldigd. De invorderingsrente wordt enkelvoudig berekend. Er wordt dus alleen rente berekend over het per saldo te betalen bedrag. Let op.  U komt alleen in aanmerking voor de betalingsregeling als u nieuw opkomende verplichtingen tijdig voldoet.

Invorderingsrente

Indien u niet tijdig uw belastingschulden voldoet (bijv. omdat u uitstel van betaling van belastingschulden heeft), moet u invorderingsrente betalen over het per saldo te betalen bedrag. In verband met de coronacrisis is deze invorderingsrente op 23 maart 2020 tot en met 31 december 2021 tijdelijk verlaagd van 4 naar 0,01%. Omdat de eerder aangekondigde verhoging van de invorderingsrente naar 4% per 1 januari 2022 een forse rentelast oplevert voor ondernemers die gebruikmaken van uitstel van betaling van belastingschulden, heeft het kabinet besloten de invorderingsrente in stappen te verhogen in plaats van in een keer naar 4%.

 

Stapsgewijze verhoging invorderingsrente
1 januari 2022 1%
1 juli 2022 2%
1 januari 2023 3%
1 januari 2024 4%

En het urencriterium?

Zoals u weet, mag u voor de periode 1 januari tot en met 30 juni 2021 ervan uitgaan dat u 24 uur per week aan uw onderneming heeft besteed, ook als u door de coronacrisis gedurende deze periode geen of minder uren aan uw onderneming heeft besteed. Voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid is dit 16 uur per week en seizoensgebonden ondernemers mogen uitgaan van het aantal uren dat ze van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019 aan hun onderneming hebben besteed.

Na 1 juli 2021 afgelopen! Het kabinet vindt een versoepeling van het urencriterium na 1 juli 2021 niet langer noodzakelijk. Vanaf 1 juli 2021 tellen daarom ook enkel de uren u daadwerkelijk aan uw onderneming heeft besteed mee voor het urencriterium.

Verplichtingen loonheffingen

Kunt u door het voorgeschreven thuiswerken en het houden van anderhalve meter afstand niet voldoen aan alle administratieve verplichtingen voor de loonheffingen, dan zal de Belastingdienst in dat geval er nu geen consequenties aan verbinden. U moet de administratieve verplichtingen dan wel alsnog nakomen zodra dit weer kan. Deze fiscale maatregel is verlengd tot 1 oktober 2021.

Voorbeeld.Als u de identiteit van uw werknemer niet kunt vaststellen aan de hand van een origineel identiteitsbewijs, dan moet u normaliter voor deze werknemer het anoniementarief van 52% toepassen. Dit hoeft u tot 1 oktober 2021 niet te doen als u de identiteit van de werknemer alsnog op een juiste manier vaststelt, zodra de situatie het weer toelaat.

Onbelaste reiskostenvergoeding. Het kabinet heeft de coronamaatregel voor de onbelaste vaste reiskostenvergoeding verlengd tot 1 oktober 2021. Tot 1 oktober 2021 kunt u als werkgever de bestaande vaste reiskostenvergoedingen aan werknemers die vanwege het coronavirus (bijna) of volledig thuiswerken, dus nog onbelast vergoeden, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt.

Voorwaarde.  Een voorwaarde is wel dat het vaste vergoedingen betreft die al voor 13 maart 2020 door u als werkgever aan de werknemer werden toegekend. Let op.  De reiskostenvergoeding is in principe wel belast als de werknemer na 12 maart 2020 in dienst is gekomen. Ook als er na 12 maart 2020 een vaste reiskostenvergoeding wijzigt door verhuizing, is de reiskostenvergoeding belast. Tip.  Het is mogelijk om een reiskostenvergoeding (deels) onder te brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De reiskostenvergoeding blijft dan onbelast.

Betaalpauze hypotheek

Tot en met 30 september 2021. Indien u vanwege de coronacrisis tijdelijk uw hypotheek niet meer kunt betalen, dan mag uw geldverstrekker (zoals uw bank) u een betaalpauze geven. Gedurende deze betaalpauze betaalt u dan geen (of minder) rente en aflossing voor uw eigenwoningschuld. Zo kunt u nu tot en met 30 september 2021 (was 30 juni 2021) een betaalpauze overeenkomen met uw geldverstrekker.

Achterstand aflossingen. Een betaalpauze van een hypotheek die aan de fiscale aflossingsverplichting moet voldoen, heeft tot gevolg dat u op 31 december 2021 een aflossingsachterstand heeft. Of op 31 december 2020 als de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020.

Reguliere fiscale regels. Volgens de reguliere fiscale regels moet een dergelijke aflossingsachterstand uiterlijk op 31 december van het volgende jaar zijn ingelopen. Indien dit niet lukt, behoudt u onder voorwaarden het recht op renteaftrek, als u met uw geldverstrekker een nieuw aflossingsschema overeenkomt. Deze dient dan op 1 januari 2023 in te gaan. Heeft de eerste termijn van de betaalpauze betrekking op 2020, dan dient deze in te gaan op 1 januari 2022.

Goedkeuring verleend. Het kabinet heeft al eerder goedkeuring verleend, zodat de geldverstrekker samen met u al eerder dan 1 januari 2023, of 1 januari 2022 indien de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020, een nieuw aflossingsschema overeen kan komen. U moet dan aan de hiernavolgende voorwaarden voldoen.

  • U meldt zich tussen 12 maart en 30 september 2021 bij uw geldverstrekker of u heeft zich in deze periode daar gemeld en bent met uw geldverstrekker een betaalpauze overeengekomen van maximaal twaalf maanden. Deze betaalpauze dient door uw geldverstrekker schriftelijk bevestigd te zijn.
  • De betaalpauze gaat uiterlijk in op 01.10. 2021.
  • Loopt uw hypotheek bijv. bij familie of een buitenlandse bank, dan geldt als extra voorwaarde dat u aan uw geldverstrekker moet aantonen dat u, als gevolg van de coronacrisis, een terugval heeft of verwacht in arbeidsinkomen van ten minste 20%.
  • Deze terugval vindt plaats over drie aaneengesloten kalendermaanden, waarbij deze periode aanvangt vanaf 1 maart 2020 tot en met 1 oktober 2021.
Om ondernemers meer lucht te geven, heeft het kabinet besloten de aanvangsdatum voor het aflossen van de opgebouwde belastingschuld te verplaatsen van 1 oktober 2021 naar 1 oktober 2022. Ook heeft het kabinet besloten dat dergelijke belastingschulden in 60 maanden in plaats van in 36 maanden mogen worden afgelost. bron indicator

Internet met bijbetaling vrijgesteld of belast?

Internetabonnement vergoeden

Voor veel thuiswerkende werknemers is een internetabonnement een must. De kosten ervan mag u onder bepaalde voorwaarden belastingvrij vergoeden. Dat geldt ook voor de kosten van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen, zoals smartphones en dergelijke apparatuur. Let op. Hiervoor geldt de belangrijke voorwaarde dat deze zaken naar uw redelijke oordeel noodzakelijk moeten zijn voor het werk. Een andere voorwaarde is dat de werknemer voor deze zaken geen eigen bijdrage mag betalen. Alleen als hij een andere, duurdere uitvoering wil, mag dat weer wel.

Herzien beleid Belastingdienst

Onlangs heeft de Belastingdienst bekendgemaakt dat een eigen bijdrage van de werknemer voor een internetabonnement de vrijstelling niet langer in de weg staat. Tip. Dit verruimt dus de mogelijkheden, omdat ook een gedeeltelijke vergoeding nu mogelijk is. Let op. Het verbod op een eigen bijdrage blijft voor de andere genoemde noodzakelijke apparatuur wel van kracht.

Houd er rekening mee dat u een noodzakelijk internetabonnement voortaan ook onbelast mag vergoeden of verstrekken als de werknemer er een eigen bijdrage voor betaalt. Dat was voorheen niet zo. bron:indicator

Brexit-voucher niet vergeten

Zelf aanvragen. In de praktijk wordt vaak vergeten dat als uw bedrijf te maken heeft met de Brexit, u via https://mijn.rvo.nl/brexitvouchers een Brexit-voucher kunt aanvragen, waarmee u subsidie kunt krijgen voor een extern deskundig advies over alternatieve markten en de gevolgen van de Brexit voor uw bedrijf. bron:indicator

“Hoe moet ik de offerte laten ondertekenen?”

De offerte is een schriftelijk aanbod. Als de klant daar ‘ja’ tegen zegt, is er sprake van een overeenkomst. Ook als hij dat mondeling doet. Ondertekenen is dus geen noodzaak, maar … wel slim, want als er onenigheid ontstaat, staat u sterker met een ondertekende offerte. Betreft het een complexe offerte en is er veel geld mee gemoeid, dan is het slim om alle pagina’s te laten paraferen. Tip.  Heeft u geen offerte uitgebracht en wel een positief verkoopgesprek gehad, stuur dan een gespreksbevestiging waarin u vermeldt wat er is afgesproken en uiteraard vraagt u een exemplaar ondertekend retour. Tip. Stuur bij uw offerte of schriftelijke bevestiging ook altijd uw algemene voorwaarden mee en verwijs in uw offerte/bevestiging hiernaar. Zo worden uw voorwaarden onderdeel van uw overeenkomst.

Als de klant mondeling ‘ja’ tegen uw offerte zegt, is er sprake van een overeenkomst. Ondertekenen is geen noodzaak, maar wel beter als er onenigheid over de afspraken ontstaat. bron:indicator

Uw oudedagsreserve in tijden van corona

De oudedagsreserve

Jaarlijkse aftrekpost. U kunt als ondernemer voor de inkomstenbelasting jaarlijks een bedrag ten laste van uw winst brengen om te reserveren in uw oudedagsreserve. Bij deze reservering wordt er niet daadwerkelijk geld door u opzijgezet. Uw winst wordt door deze reserve enkel verlaagd, waardoor u minder inkomstenbelasting verschuldigd bent. Wordt uw winst tegen het hoogste tarief (49,50% in 2021) belast, dan behaalt u over de reservering een belastingvoordeel van 49,50%.

Uitstel van belastingheffing. Hierdoor blijft het geld in de onderneming zitten, zodat u dit kunt blijven gebruiken. Let op. Het is echter uitsluitend een vorm van uitstel van belastingheffing.

Voorwaarden. In 2021 mag u maximaal 9,44% van uw winst toevoegen aan de oudedagsreserve met een maximum van € 9.395. U kunt dit bedrag alleen reserveren als u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en u aan het urencriterium voldoet. Dit houdt in dat u minimaal 1.225 uur aan uw onderneming moet besteden. Let op.  De dotatie is maximaal het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar uitkomt boven de oudedagsreserve aan het begin van het jaar.

De keerzijde

Belaste vrijval. Ooit valt de oudedagsreserve vrij in de winst en moet u hierover belasting betalen. In de praktijk blijkt dat niet alle ondernemers zich hiervan bewust zijn en hier dan ook geen geld voor opzij hebben gezet. Tip. Heeft de reservering altijd plaatsgevonden tegen het hoge tarief en valt de vrijval plaats tegen het lage tarief, dan heeft u per saldo wel een belastingvoordeel behaald.

Vrijwillige vrijval. U kunt ervoor kiezen om een deel van de oudedagsreserve vrijwillig te laten vrijvallen. Let op. Hierbij is wel vereist dat u ter grootte van deze vrijval geld stort bij een bank of verzekeraar in de vorm van een lijfrente of banksparen. Tegenover de belaste vrijval van de oudedagsreserve staat dan een even grote premieaftrek door de storting van de lijfrente en hoeft u per saldo geen belasting te betalen. Let op 1.  Over de toekomstige jaarlijkse lijfrente-uitkeringen bent u wel inkomstenbelasting verschuldigd. Let op 2.  Het bedrag dat u gaat afstorten, moet uiteraard wel liquide beschikbaar zijn.

Getroffen door coronacrisis?

Reserve hoger dan ondernemingsvermogen. Als uw ondernemingsvermogen (bijv. als gevolg van de coronacrisis) op het einde van het jaar minder bedraagt dan de oudedagsreserve, valt het verschil vrij in de winst als een van de volgende situaties zich voordoet:

  • u staakt de onderneming (gedeeltelijk); of
  • u heeft op 1 januari de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt; of
  • u voldoet in het jaar en het voorgaande jaar niet meer aan het urencriterium. Tip. Vanwege de coronacrisis mag u er voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 van uitgaan dat u ten minste 24 uur per week aan uw onderneming heeft besteed.

Geen dotatie. Doen deze situaties zich niet voor, maar is de oudedagsreserve wel hoger dan het ondernemingsvermogen, dan vindt er geen verplichte vrijval plaats, maar mag u (tijdelijk) geen bedrag meer reserveren. Pas als het ondernemingsvermogen meer bedraagt dan de oudedagsreserve kan er weer gereserveerd worden.

Door een bedrag toe te voegen aan de oudedagsreserve betaalt u minder belasting, maar is er enkel sprake van belastinguitstel. Als de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen, mag u (tijdelijk) geen bedrag meer reserveren en moet u er mogelijk zelfs verplicht belasting over betalen. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl