“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Alternatief vanaf 2023 voor oudedagsreserve?

Als IB-ondernemer mag u een deel van uw winst reserveren om een fiscale oudedagsreserve (FOR) te vormen. Omdat de FOR vaak niet wordt gebruikt voor een oudedagsvoorziening en alleen maar belastinguitstel als doel heeft, wordt vanaf 1 januari 2023 de FOR uitgefaseerd. Dit houdt in dat u vanaf 1 januari 2023 (of bij een gebroken boekjaar met ingang van het eerste boekjaar dat aanvangt na 1 januari 2023) geen bedragen meer aan de FOR mag toevoegen. Wat moet u weten?

Wat met de opgebouwde FOR? De FOR die u heeft opgebouwd tot en met 31 december 2022 (of het einde van het laatste boekjaar dat is aangevangen op of voor 31 december 2022), mag op basis van de huidige regels worden afgewikkeld. Zo mag u de FOR niet zomaar vrij laten vallen. Een vrijwillige afneming van de FOR is alleen mogelijk voor maximaal het bedrag waarvoor u een lijfrente koopt voor een inkomensvoorziening. Het bedrag waarmee de FOR afneemt, is winst. Hier staat tegenover een even grote premieaftrek door de storting van de lijfrente, waardoor u per saldo over de vrijval geen belasting hoeft te betalen. Omzetten in een lijfrente kan nu of bij staking.

Hoe verder vanaf 2023? Een goed alternatief voor de FOR is het kopen van een lijfrente voor een inkomensvoorziening. Als u aan de voorwaarden voldoet, behoudt u het belastingvoordeel. Daarbij wordt de reserve ook daadwerkelijk als pensioenvoorziening gereserveerd en loopt u dus niet het risico dat u de uitgestelde belasting over de FOR door een tekort aan liquide middelen te zijner tijd niet kunt betalen. Tegenover het voordeel dat er echt wordt gereserveerd, staat het nadeel dat u tussentijds het geld niet voor uw onderneming kunt gebruiken.

Voorwaarden. Om te weten of de uitgaven van een lijfrente voor een inkomensvoorziening (gedeeltelijk) aftrekbaar zijn, moet u eerst berekenen of u een pensioentekort heeft. Zo mag u premies en stortingen voor lijfrente aftrekken als u het jaar ervoor een pensioentekort had. Deze zogenaamde ‘jaarruimte’ kunt u berekenen met het Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016 van de Belastingdienst ( https://bit.ly/3LHDw3g ).

Lijfrente is een prima alternatief voor uw oude dag. U mag premies en stortingen voor lijfrente aftrekken als u het jaar ervoor een pensioentekort had.

Wanneer kunt u de kosten van sponsoring fiscaal als aftrekpost opvoeren?

Promotie. Sponsoring kan een goede manier zijn om uw onderneming te promoten. Als uw onderneming verbonden is aan een mooi evenement, levert dat toch de nodige positieve pr op. Maar u moet dan wel even goed blijven opletten. Hoe zorgt u ervoor dat u de kosten van uw sponsoring fiscaal als aftrekpost kunt opvoeren?

Soorten

In geld. Op hoofdlijnen zijn er twee manieren waarop u kunt sponsoren: in geld of in natura. In het eerste geval betaalt u een geldelijke bijdrage om een goed doel of een evenement te steunen. Vaak krijgt u daar iets voor terug, zoals een vermelding in een clubblad of de mogelijkheid om een sponsorbord of banner op te hangen.

In natura. Bij sponsoring in natura gaat het om het leveren van een bijdrage, zoals broodjes, diensten of bouwmaterialen. Als aannemer levert u bijv. tegen een zacht prijsje bouwmaterialen voor het nieuwe clubhuis en als bakker levert u broodjes voor de vrijwilligers die meehelpen bij het opbouwen van het evenemententerrein.

In geld

Tegenprestatie? Om met de eerste soort maar eens te beginnen: sponsoring in geld. Hierbij is het van belang om vast te stellen of er sprake is van daadwerkelijke sponsoring of van een gift. Dit onderscheid wordt gemaakt door te kijken of u voor uw bijdrage een tegenprestatie ontvangt.

Reclamekosten. Deze tegenprestatie kan bestaan uit het dragen van shirts met uw logo, het plaatsen van een bord langs de zijlijn van het sportveld of de vermelding van uw onderneming in het clubblad. In al deze gevallen wordt er door de ontvanger van het geld een tegenprestatie geleverd. Dit betekent dat er daadwerkelijk sprake is van sponsoring. In dat geval mogen deze kosten als reclamekosten gewoon in aftrek worden gebracht op uw winst. Tip. Bewaar in uw administratie zowel de factuur alsmede de sponsorovereenkomst. Daarmee kunt u aantonen dat tegenover deze uitgave daadwerkelijk een tegenprestatie staat.

Gift

Geen tegenprestatie. Maar wat nu als deze tegenprestatie ontbreekt? U geeft een geldbedrag aan de plaatselijke voedselbank, maar krijgt hiervoor geen reclamemogelijkheden. In dat geval is er geen sprake van sponsoring, maar van een gift.

Zakelijk belang? Voor giften gelden fiscaal andere regels. U mag deze gift volledig als zakelijke last aftrekken, op voorwaarde dat u kunt aantonen dat er een zakelijk belang mee was gediend. Dat moet u wel aan de inspecteur kunnen uitleggen, bijv. door aan te geven dat u echt geen ‘nee’ kan zeggen, omdat anders de goede naam van uw onderneming in het geding komt, omdat alle ondernemers binnen de ondernemersvereniging ook een dergelijke gift doen.

Ontbreekt het zakelijk belang? Als er geen zakelijk belang is, is er sprake van een privé-uitgave. Deze mag niet als zakelijke last worden genomen, maar komt privé voor uw rekening.

In natura

Wat nu als u in natura sponsort? In beginsel zijn de fiscale gevolgen hiervan niet anders dan bij sponsoring in geld. U zult moeten aantonen dat er sprake is van een tegenprestatie om de uitgaven als reclamekosten in aanmerking te kunnen nemen. Let op. Vervolgens is het dan wel de vraag welke kosten u fiscaal dan in aanmerking mag nemen en hoe dit administratief moet worden afgewikkeld.

Voorbeeld.Stel, uw bedrijf sponsort het jaarlijkse bouwdorp tijdens de jeugdvakantieweek met de levering van spijkers en materiaal. De inkoopkosten hiervan bedragen € 1.500. Voor uw bijdrage mag u gedurende het bouwdorp enkele reclamebanners ophangen rond het bouwdorp.

Facturen tegen elkaar wegstrepen. Dit betekent dat u aan de organisatie van het bouwdorp een factuur moet sturen van € 1.500 + 21% btw. Vervolgens sturen zij aan uw onderneming een factuur voor reclame-uitingen van € 1.500 + 21% btw. Per saldo kunnen beide facturen tegen elkaar worden weggestreept. De inkoopkosten voor de spijkers en materialen komen voor rekening van uw onderneming, waarmee u fiscaal uw aftrek binnen heeft.

Hoe zit het met de btw?

Sponsoring in natura kan voor de btw nog een lastige materie zijn. Niet alle leveringen en diensten kennen immers hetzelfde tarief. Als u bijv. aan het bouwdorp geen spijkers levert maar broodjes, dan moet u op uw factuur 9% btw rekenen. U ontvangt van het bouwdorp echter een factuur met 21% btw. Het verschil aan btw kunt u verwerken in uw btw-aangifte en zodoende terugkrijgen.

Factuur zonder btw. Het kan zijn dat een vereniging of een stichting (tot een bepaald bedrag) vrijgesteld is van btw. In dat geval ontvangt u een factuur zonder btw. Let op. Per saldo zijn de sponsorkosten dan 21% (de btw) hoger. Overleg hierover altijd vooraf met de betrokken organisatie.

Hobby

Tot zover de standaard sponsoring. Er zijn echter ook ondernemers die hun eigen hobbyactiviteiten of die van hun familieleden sponsoren. Nu is enige sponsoring van dergelijke activiteiten wel fiscaal mogelijk, mits er ook een tegenprestatie tegenover staat. U moet het echter niet te gek maken, zoals blijkt uit een rechtszaak bij Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2014:1746) .

Voorbeeld: paardentrailer

Een man drijft samen met zijn echtgenote een vennootschap onder firma. Hun activiteiten bestaan uit het ontwikkelen van software, automatisering en aanverwante dienstverlening. De Belastingdienst stelt een boekenonderzoek in naar onder meer de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2008 tot en met 2010. Uit dit boekenonderzoek blijkt dat in 2008 en 2009 de kosten van een paardentrailer ten laste van de winst zijn gebracht. De inspecteur corrigeert deze aftrekpost.

Reclame-uiting. De ondernemer is het hiermee niet eens. Naar zijn mening mogen de kosten van de paardentrailer wel degelijk ten laste van de winst worden gebracht. Op de trailer staat immers aan beide zijden het logo van de onderneming. Zodoende wordt hiermee bij de woning van de ondernemer, bij concoursen en bij trainingen reclame gemaakt voor de onderneming.

Geen zakelijke grondslag. Het hof gaat niet mee in de redenering van de ondernemer. Er is sprake van sponsoring in natura (het gebruik van de trailer), dus moet de ondernemer aantonen dat er een zakelijk belang mee gemoeid is. Dit is volgens de rechter niet het geval. Hierbij speelt mee dat de aankoop van een paardentrailer niet in lijn ligt met de activiteiten van de onderneming en dat de trailer uitsluitend werd gebruikt voor de hobby van de dochter van het ondernemende echtpaar. De kosten kunnen dus volgens het hof niet als kosten van de onderneming in aftrek worden gebracht.

Zakelijkheid aantonen. Twijfelt u over de fiscale aanvaardbaarheid van sponsorkosten, bijv. omdat er een privé-element in zit, dan is het raadzaam dit met uw adviseur te bespreken. Let op.  Als u vragen van de Belastingdienst verwacht over sponsorkosten, bijv. omdat familieleden van u betrokken zijn bij de ontvangende organisatie, dan is het belangrijk dat u aan kunt tonen dat er sprake is van een tegenprestatie (reclame) en een zakelijk belang. Tip. Zorg dat u kunt toelichten welke (potentiële) klanten u probeert te bereiken. Als bijv. bij de paardentrailer een of meerdere namen genoemd kunnen worden van klanten die afkomstig zijn uit de paardenwereld, staat u veel sterker tegenover de inspecteur.

Zorg ervoor dat u bij sponsoring aannemelijk kunt maken dat er een zakelijk belang is, zoals potentiële klanten, publiciteit en reclame. Lukt u dit, dan zijn de kosten aftrekbaar. Vraag bij sponsoring in natura om een factuur met btw, zodat u ook de btw kunt aftrekken.

Compensatie kosten eHerkenning verlengd

Compensatieregeling. Belastingplichtigen die hun aangiften voor de loonheffingen, vennootschapsbelasting, btw en verhuurderheffingen moeten indienen via het ondernemersportaal MijnBelastingdienst Zakelijk, hebben daarvoor eHerkenning nodig. Dit is een digitale sleutel die bij een commerciële partij kan worden aangekocht. Op het gebruik hiervan is de nodige kritiek. Waarom moet u geld betalen om belasting te kunnen/mogen betalen? Als reactie hierop is er eerder een compensatieregeling voor de aanschafkosten van de eHerkenning opgetuigd.

Verlenging. Deze regeling vervalt in principe per 1 januari 2023, maar de staatssecretaris van Financiën heeft nu besloten deze te verlengen tot 1 januari 2025. Dit betekent dat u ook in 2023 een compensatie van € 24,20 kunt krijgen voor een EH3-inlogmiddel. U kunt deze compensatie voor 2023 aanvragen van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024.

Hypotheekrente eigen woning vooruitbetalen?

Tarief aftrek hypotheekrente daalt in 2023. Als u een eigen woning bezit, mag u de betaalde hypotheekrente aftrekken. Deze aftrek wordt vanaf 2023 verder beperkt. Wordt uw inkomen belast tegen het tarief van 49,5%, dan kent de aftrek in 2022 een maximumtarief van 40%. In 2023 bedraagt het maximumtarief van de aftrek 36,93%. Als uw inkomen in box 1 in de hoogste tariefschijf valt, kan het dus voordelig zijn om een deel van uw hypotheekrente over 2023 vooruit te betalen.

Maximaal zes maanden vooruitbetalen mag. Fiscaal mag u de hypotheekrente voor 2023 alleen voor de eerste zes maanden vooruitbetalen. U kunt deze rente dan al in uw aangifte inkomstenbelasting 2022 als aftrekpost opvoeren. Bij gelijkblijvende omstandigheden scheelt het vooruitbetalen van de hypotheekrente u per saldo dus 3,07% over het bedrag dat u de eerste zes maanden aan hypotheekrente betaalt, ervan uitgaande dat u beide jaren met uw inkomen in het toptarief van 49,5% valt. Bij bijv. een hypotheek van € 500.000 tegen 2% rente is het voordeel dus ruim € 150.

Wel of niet doen? Het voordeel in het hiervoor genoemde voorbeeld is niet spectaculair, maar kan bij grotere hypothecaire schulden en hogere rentetarieven natuurlijk wel oplopen. Bovendien neemt door het vooruitbetalen van uw hypotheekrente uw box 3-vermogen af.

Hoe ziet de toekomst van de zelfstandigenaftrek eruit?

Urencriterium. Voor de zelfstandigenaftrek (€ 6.310 in 2022) is vereist dat u op jaarbasis minimaal 1.225 uur besteedt aan uw onderneming. Als u een startende ondernemer bent, kunt u daarnaast aanspraak maken op de startersaftrek (€ 2.123 in 2022). U wordt als starter aangemerkt als u maximaal twee keer zelfstandigenaftrek heeft toegepast in de afgelopen vijf jaar. Let op.  Voor de zelfstandigen- en startersaftrek geldt dat de aftrek tegen een maximaal tarief van 40% plaatsvindt. In 2023 bedraagt dit tarief ongeveer 37%.

Afbouw. De zelfstandigenaftrek wordt gezien als een verstorend element op de arbeidsmarkt. Het zorgt er namelijk voor dat zzp’ers onder aan de streep meer overhouden dan werknemers. Op Prinsjesdag 2022 is daarom bekendgemaakt dat de zelfstandigenaftrek in vijf stappen zal worden afgebouwd, om uiteindelijk uit te komen op € 900 in 2027.

Indien u als startende ondernemer wordt aangemerkt, kunt u de komende jaren nog profiteren van een redelijke aftrekpost (combinatie zelfstandigen- en startersaftrek).

Regeling fiets van de zaak werknemer, een fiscale update

Hoe zat het ook alweer? Sinds 2020 bestaat er een speciale regeling voor de fiets van de zaak. De regeling komt er in het kort op neer dat voor het ter beschikking stellen van de fiets een bedrag van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets tot het loon moet worden gerekend. De consumentenadviesprijs kunt u vinden op de website https://www.bijtellingfietsvandezaak.nl Hierover betaalt de werknemer belasting. De regeling wordt in de praktijk veel gebruikt, maar is niet op alle punten even duidelijk. Vandaar dat deze onlangs is toegelicht, waarbij ook wijzigingen zijn opgenomen.

Alleen ter beschikking gestelde fiets

De regeling geldt alleen voor een ter beschikking gestelde fiets. Dat wil zeggen dat uw werknemer de fiets mag gebruiken, maar dat deze eigendom blijft van u als werkgever. Op het moment dat de werknemer de fiets niet meer gebruikt, bijv. bij verandering van werkgever, moet de fiets dus aan u teruggegeven worden of de werknemer moet de dan geldende waarde van de fiets aan u vergoeden. De regeling geldt ook als u de fiets leaset en ter beschikking stelt of als de werknemer de fiets zelf leaset maar alle kosten van u vergoed krijgt.

Overnemen van de fiets. De regeling is voor een nieuwe fiets behoorlijk voordelig, maar voor een gebruikte al minder. Een fiets kan door de werknemer dan ook beter na enkele jaren worden overgenomen tegen de dan geldende waarde. Hiervoor is nu bepaald dat de werkgever mag uitgaan van de waarde na afschrijving, die op 20% per jaar gesteld mag worden. Tip. Dit betekent dat de fiets na een periode van vijf jaar gratis door de werknemer kan worden overgenomen.

Accessoires? Als accessoires deel uitmaken van de consumentenadviesprijs, hebben deze geen invloed op de bijtelling. Zo niet, dan zijn de accessoires loon en moet de werknemer er belasting over betalen. Dat geldt ook voor een regenpak, maar dat kunt u voorkomen door het te laten bedrukken met uw logo van minstens 70 cm2 . Wilt u niet dat uw werknemer belasting betaalt over accessoires, breng ze dan onder in de werkkostenregeling. Tip. Een fietsverzekering, een extra slot, een steun voor de tas en reparatiekosten zijn te zien als intermediaire kosten zonder invloed op de bijtelling.

Cafetariaregeling? Als u wilt, kan een fiets onderdeel uitmaken van een cafetariaregeling. Op deze manier kan er brutoloon tegen de ter beschikking gestelde fiets worden uitgeruild. Als u dit doet, kunt u er ook voor kiezen de bijtelling voor de fiets onder te brengen in de werkkostenregeling. Op deze manier kunt u ook een voordeel behalen, want dan bent u hierover geen premies werknemersverzekering verschuldigd.

Betalingen aan derden

Betalingen aan derden komen niet in mindering op de bijtelling. U kunt deze echter wel onbelast vergoeden. Dat geldt ook voor de kosten van elektra, als de werknemer zijn elektrische fiets thuis oplaadt. Er zijn eenvoudige hulpmiddelen te koop, waarmee u het elektriciteitsgebruik kunt bijhouden. Maak hier gebruik van, als u discussies met de fiscus wilt voorkomen. Betalingen aan u als werkgever kunt u op de bijtelling van 7% in mindering brengen. Houd er rekening mee dat de bijtelling hierdoor niet negatief kan worden.

De regeling voor de fiets van de zaak is fiscaal nog aantrekkelijker. Kiest u voor de regeling, dan kunt u de werknemer de fiets namelijk ook na een aantal jaren laten overnemen tegen de aankoopprijs minus afschrijving. Na vijf jaar bedraagt deze nihil.

Herinvesteringsreserve (HIR) vormen als u winst maakt bij de verkoop van een bedrijfsgoed, zoals een machine

U maakt boekwinst op een bedrijfsgoed wanneer de verkoopprijs hoger is dan de boekwaarde van het bedrijfsgoed. In beginsel moet u over deze boekwinst direct belasting betalen. Het is echter toegestaan om deze belastingheffing achterwege te laten door middel van het vormen van een herinvesteringsreserve (HIR).

Herinvesteringsvoornemen

Een van de voorwaarden om een herinvesteringsreserve te kunnen vormen, is dat er een herinvesteringsvoornemen moet bestaan. De Hoge Raad heeft recentelijk uitspraak gedaan dat het niet vereist is dat een herinvesteringsvoornemen realiseerbaar moet zijn in het jaar van vervreemding van het bedrijfsmiddel (ECLI:NL:HR:2022:1507) .

Wat was er gebeurd? Een BV heeft in 2010 en 2011 panden verkocht. Voor de boekwinsten heeft de BV een HIR gevormd. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2020:7160) was dit niet mogelijk, omdat de BV niet aannemelijk had gemaakt dat zij op de balansdata een realiseerbaar voornemen tot herinvestering had. Er was immers een hoog verlies en de BV had een negatief werkkapitaal. Daarbij ontbraken voor het jaar 2010 stukken waaruit een herinvesteringsvoornemen bleek. Dat de BV met betrekking tot het jaar 2011 verkoopinformatie heeft opgevraagd over een door haar gehuurd pand, werd door het hof ook niet aangemerkt als een realiseerbaar voornemen tot herinvestering. De BV was hiervoor namelijk afhankelijk van een externe financiering voor de koopsom van € 2 miljoen.

Realiseerbaarheid niet vereist. In cassatie houdt de uitspraak van het hof echter geen stand. De Hoge Raad oordeelde dat het niet vereist is dat een herinvesteringsvoornemen realiseerbaar moet zijn in het jaar van vervreemding van het goed.

Dus voornemen niet van belang?

De uitspraak houdt echter niet in dat het realiteitsgehalte van het herinvesteringsvoornemen niet van belang is. Een HIR kan namelijk niet worden gevormd of gehandhaafd blijven als redelijkerwijs niet is te verwachten dat het voornemen tot herinvestering binnen de wettelijke driejaarstermijn (art. 3.54 Wet IB 2001) zal kunnen plaatsvinden, bijv. omdat het financieel onmogelijk is. De stelplicht en bewijslast daarvoor rusten op de inspecteur. Het hof heeft dit miskend.

Plan hoeft niet concreet te zijn. Voor de vorming van een herinvesteringsreserve, anders dan bij de ruilarresten, is het niet vereist dat een belastingplichtige een concreet plan moet hebben voor een vervangende investering. Ook is het niet vereist dat een belastingplichtige al een concreet plan moet hebben voor de financiering van deze investering.

Andere bewijsmiddelen dienen voornemen.  Dat de BV voor het jaar 2010 geen stukken had waaruit een herinvesteringsvoornemen voor dat jaar bleek, betekent niet dat een voornemen tot herinvesteren niet kan worden bewezen. Dat bewijs kan de BV ook op een andere manier leveren. Zo kunnen ook stukken en andere bewijsmiddelen die zien op de periode na de balansdatum van belang zijn. Feiten die zich voordoen na de balansdatum, kunnen immers ook aanwijzingen geven over de aan- of afwezigheid van een herinvesteringsvoornemen op de balansdatum.

U moet voor de HIR een herinvesteringsvoornemen hebben om winst hiervoor te reserveren. Dat voornemen hoeft echter niet bij voorbaat al realiseerbaar en financieel haalbaar te zijn, zo de rechter. Het gaat om het voornemen, dat moet u wel onderbouwen.

Als de IB-aanslag 2021 net nu ongelegen komt als ook de energieafrekening binnenvalt, wat kunt u doen?

Oei, alles komt tegelijk

Stel, u ontvangt de voorlopige of definitieve aanslag inkomstenbelasting (IB) en Zorgverzekeringswet (Zvw) met een flink bedrag om te betalen. Ook had u laatst de energieafrekening binnen en is het termijnbedrag van de energie verdriedubbeld. Een beetje veel, alles tegelijk. Welke mogelijkheden heeft u voor de IB-aanslagen (voorlopige/definitieve)?

Voorlopige aanslag. Er zijn twee soorten voorlopige aanslagen IB en Zvw die u van de Belastingdienst kunt ontvangen:

  1. de voorlopige aanslagen IB en Zvw die u op basis van de door u ingediende aangifte IB ontvangt;
  2. de voorlopige aanslagen IB en Zvw die u automatisch krijgt in december 2022 of januari 2023 en die betrekking hebben op 2023. Deze aanslagen zijn gebaseerd op een schatting van uw inkomen en mag u in termijnen betalen. Tip.  Controleer op MijnBelastingdienst of de gegevens kloppen en of de aanslag niet te hoog is. Is de aanslag niet juist, dan kunt u deze wijzigen op MijnBelastingdienst.

Welke mogelijkheden heeft u?

Kort uitstel voor vier maanden. U kunt zonder nader onderzoek op schriftelijk, Postbus 100, 6400 AC Heerlen, of telefonisch, (0800) 0543, verzoek kort uitstel van betaling krijgen van maximaal vier maanden vanaf de uiterste betaaldatum van de aanslag. U moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • u heeft eerder altijd op tijd, juist en volledig aangifte gedaan van de belasting waarvoor u uitstel van betaling wilt;
  • uw totale openstaande belastingschuld (loonheffing, btw, IB, Zvw, toeslagen, e.d.) is minder dan € 20.000. Een belastingschuld waartegen u bezwaar heeft gemaakt en uitstel van betaling heeft gekregen, telt niet mee;
  • het betreft geen voorlopige aanslag IB en Zvw die u in meerdere termijnen mag betalen;
  • u heeft geen openstaande aanslagen waarvoor u een dwangbevel heeft gekregen;
  • u heeft niet eerder uitstel van betaling gekregen wegens betalingsproblemen of vanwege de verrekening met een belastingteruggaaf.

Let op. Kort uitstel van betaling voor belastingen die u op aangifte moet betalen (zoals de btw en loonheffingen), kunt u pas vragen nadat u de naheffingsaanslag binnen heeft.

Betalingsregeling. Is vier maanden te kort voor u of voldoet u niet aan de voorwaarden voor het korte uitstel van vier maanden, dan kunt u een betalingsregeling aanvragen van maximaal twaalf maanden vanaf de datum waarop u de regeling heeft gekregen. Let op 1.  Heeft u voor deze aanslag reeds vier maanden kort uitstel gehad, dan bedraagt de maximale looptijd van de betalingsregeling twaalf maanden, gerekend vanaf de datum waarop het kort uitstel is toegekend. Let op 2.  Om voor een betalingsregeling in aanmerking te kunnen komen, moet u alle belastingen waarvoor u aangifte doet, op tijd betalen. Ook kan de Belastingdienst u vragen om een zekerheid, zoals een bankgarantie, een hypotheekrecht of een verpanding. Het formulier voor het aanvragen van een betalingsregeling vindt u op https://bit.ly/3TTuzHiTip.  Heeft u een gezonde onderneming en spelen er bijzondere omstandigheden (zoals hoge energiekosten), waardoor u tijdelijk betalingsproblemen heeft, dan kunt u wellicht uitstel van betaling krijgen voor een langere periode dan twaalf maanden of zonder dat u voor 100% zekerheden moet geven.

Check om welke soort aanslag het gaat. Kies dan voor kort uitstel van betaling voor vier maanden. Is dat te kort of voldoet u niet aan de voorwaarden, kies dan voor twaalf maanden uitstel.

Positief nieuws voor de MKB-ondernemer uit het Belastingplan 2023

Overzicht in een notendop

Op Prinsjesdag werd duidelijk dat de Miljoenennota voor het MKB tal van lastenverzwaringen bevat. Toch is niet alles kommer en kwel en zijn er ook voor de kleine zelfstandige ondernemer nog de nodige lichtpuntjes. Hierna volgt een opsomming van de meest belangrijke items, zodat u weet wat er speelt.

Lastenvermindering box 1. Het kabinet heeft geprobeerd de koopkracht zo goed mogelijk te repareren, met name via het bekende prijsplafond voor energie en via maatregelen in box 1. Zo daalt het tarief van de eerste schijf van 37,07 naar 36,93%. Het tarief van de tweede schijf blijft gelijk, maar deze schijf wordt fors verlengd, van € 69.399 naar € 73.031. Daardoor betaalt u pas veel later het hoge tarief van 49,5%. Dit scheelt u maximaal € 457 netto per jaar. Ook de algemene heffingskorting en de arbeidskorting stijgen. Het maximum van de algemene heffingskorting stijgt van € 2.888 naar € 3.070, dat van de arbeidskorting zelfs van € 4.260 naar € 5.052.

Toeslagen omhoog. Om de koopkracht te repareren, gaan ook de zorg- en huurtoeslag en het kindgebonden budget omhoog. Voor de zorgtoeslag gaat het om circa € 420 per jaar, voor de huurtoeslag om circa € 204 per jaar. Daarnaast dalen de huren van sociale huurwoningen tot gemiddeld € 684 per jaar voor huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Het maximale bedrag van het kindgebonden budget dat ouders ontvangen voor het eerste kind, tweede kind en het extra bedrag voor alleenstaande ouders, worden in 2023 verhoogd met € 356 per jaar. Het maximale bedrag vanaf het derde kind wordt verhoogd met € 468 per jaar.

Wijzigingen box 3. Vanwege het zogenaamde ‘Kerstarrest’ van de Hoge Raad wordt vermogen in box 3 voortaan anders belast. Dit betekent dat met name spaargeld nauwelijks meer belast wordt. Verder wordt het heffingsvrije vermogen verhoogd van € 50.650 naar € 57.000. Voor partners geldt het dubbele. Hierdoor is maximaal € 12.700 meer van uw vermogen vrijgesteld van de heffing. De heffing stijgt in 2023 wel van 31 naar 32%.

Zvw en Aof-premie omlaag. De Zvw-premie daalt in 2023 met 0,07%-punt. Voor uw werknemers betaalt u dan 6,68% in plaats van 6,75% thans. Ook voor uzelf betaalt u deze premie. Deze daalt volgend jaar van 5,50% nu naar 5,43% in 2023. Ook de Aof-premie zal dalen, want hiervoor is € 230 miljoen beschikbaar. Dit levert naar verwachting een premieverlaging voor kleine werkgevers van 0,5%-punt op, wat u voor een modale werknemer ongeveer € 180 per jaar scheelt.

Vrije ruimte werkkostenregeling stijgt. Ook de vrije ruimte van de werkkostenregeling stijgt. Over de eerste € 400.000 van uw loonsom bedraagt deze in 2023 3% in plaats van 1,7% nu. Over het meerdere van de loonsom blijft het 1,18%. U heeft daardoor meer ruimte om extraatjes, zoals een kerstpakket of bonus, belastingvrij uit te delen.

Automaatregelen verruimd

De belastingvrije vergoeding voor uw werknemers voor het gebruik van de privéauto voor zakenritten, wordt verhoogd van € 0,19/km naar € 0,21/km. Dit hogere bedrag mag u ook van de winst aftrekken voor zakenritten die u zelf met uw privéauto maakt. Verder wordt de verlaging van de accijns op brandstoffen verlengd tot 1 juli 2023. Daarna wordt de verlaging gehalveerd tot 1 januari 2024.

Naast het energieplafond, krijgen met name zelfstandigen met een gering inkomen in 2023 te maken met koopkrachtreparatie. Wilt u bijv. voor uw personeel iets extra’s doen, maak dan gebruik van de verruimde werkkostenregeling.

Beperkte hulp van overheid energiekleinverbruikers

Kleinverbruikers. In november en december 2022 ontvangen alle kleinverbruikers (consumenten en een groot deel van de MKB-bedrijven) € 190 korting op hun energierekening. Hoe deze korting wordt betaald, hangt af van de energieleverancier. Zo kan de korting bijv. verrekend worden met het voorschot of worden overgemaakt. Daarnaast geldt vanaf 1 januari 2023 een prijsplafond op energie voor alle kleinverbruikers. Let op. Voor het verbruik boven het plafond geldt het tarief zoals opgenomen in het energiecontract.

 

Maximale tarief Tot een verbruik van
Gas: € 1,45 1.200 m3
Elektriciteit: € 0,40 2.900 kWh

Kleinverbruiker? U bent kleinverbruiker voor de Elektriciteitswet 1998 als u een aansluiting heeft met een grootte van maximaal driemaal 80 ampère tot 100.000 kWh. Voor de Gaswet bent u een kleinverbruiker als uw gasaansluiting(en) een maximale capaciteit heeft van G25 met een doorlaatwaarde van 40m3 gas per uur. Deze gegevens kunt u terugvinden in de meterkast of op uw energienota. Het prijsplafond wordt door de energieleveranciers in de energierekening verwerkt.

TEK-regeling. Gebruikt u als MKB-onderneming jaarlijks meer dan 5.000 m3 gas of 50.000 kWh aan elektriciteit en gaat minimaal 12,5% van uw omzet naar energiekosten, dan kunt u voor de periode 1 november 2022 tot en met december 2023 in aanmerking komen voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK). De subsidie bedraagt 50% van de kostenstijging van het energieverbruik tot een maximumbedrag van € 160.000. De kostenstijging moet daarbij wel hoger zijn dan € 1,19/m3 en € 0,35/kWh elektriciteit. Let op. De TEK wordt naar verwachting pas in het tweede kwartaal van 2023 opengesteld. Vanaf dat moment kunt u deze bij RVO.nl met terugwerkende kracht aanvragen. Meer informatie en de exacte voorwaarden vindt u op https://bit.ly/3SN4tER Banken hebben aangegeven welwillend te zijn om hun klanten van voorschotten te voorzien in de overbruggingsperiode, wanneer het aannemelijk is dat zij subsidie uit de TEK gaan ontvangen.

Let goed op de ingangsdatums bij de verschillende compensatieregelingen. Voor toepassing van het prijsplafond hoeft u geen actie te ondernemen.

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl